Quest 3 SWOT analyse voor mijn organisatie
Inleiding
In de groep hebben wij gediscussieerd over het scenario waar
wij mee verder zouden willen. De meningen waren verdeeld, dat is ook wel op
onze individuele blogs terug te zien bij blog 2. Iedereen had
goede argumenten waarom haar of zijn voorkeur het meest interessant was.
Uiteindelijke hebben we gekozen voor het meest vooruitstrevende scenario,
namelijk die waar de netwerkschool en de virtuele wereld elkaar vinden: de lerende
gaat naar de wereld en leert in ontmoeting. We denken dat we daar
het meest creatief mee aan de slag kunnen gaan voor deze Challenge en dat we
daar onze verschillende sectoren een plekje in kunnen vinden.
In 2030 bestaat de rol van de docent niet
langer. Fysieke scholen hebben al enige jaren geleden hun deuren gesloten, het
onderwijsaanbod wordt inmiddels virtueel geregeld. Een groot scala aan
onderwijsvormen is hiervoor beschikbaar: MOOC’s, online learning communities,
serious gaming, augumented reality etc. Dit maakt het voor de lerende mogelijk
om zelf te bepalen wanneer, waar en hoe hij of zij leert (Sloep, 2014).
De persoon die het dichtste in de buurt van
een docent zoals we die in 2015 kenden staat, is de leercoach. Deze persoon
heeft als taak om de lerende wegwijs te maken in de steeds complexer wordende
maatschappij (Metcalfe & Green, 2007).
Inzet van deze leercoach wordt mogelijk
gemaakt door middel van zogenaamde leervouchers die iedere burger tot zijn
beschikking heeft en door de overheid worden verstrekt. De lerende richt zo,
onder begeleiding van een leercoach, een personalised learning enviroment in.
Hiermee kan de lerende met aanbieders en stakeholders communiceren (Van
Wetering & Desain, 2014)
Er wordt in 2030 niet langer richting
eindtermen gewerkt, diploma’s bestaan niet meer. Na het afronden van een
cursus, een event, een portfoliowerkstuk of na het opdoen van ervaring wordt
een aantekening op het digitaal portfolio van de desbetreffende persoon
gemaakt.
De eerste stappen richting deze vorm van
onderwijs zijn al in 2013 gezet. De toenmalige Ecole 42 bood aan een select
gezelschap kosteloze scholing aan, zonder docenten, zonder lesaanbod, zonder
diploma maar met baangarantie (Ecole 42, 2013). Inmiddels, in 2030, is deze
vorm van onderwijs voor iedereen van 16 jaar en ouder beschikbaar.
Strengths
Leercoach
Er is veel kennis, ervaring en
enthousiasme bij het opleidingsinstituut als het gaat om ontwerpen van
leertrajecten op individueel niveau. Wij zijn gewend te denken in individueel
maatwerk voor lerenden: de rol van leercoach in dit scenario past hierbij.
Imago en samenwerkingWij zijn een grote instelling met goed imago als het gaat om de inhoud van de zorg. In een netwerkschool omgeving is het belangrijk dat andere partijen met je samen willen werken en hun inhoud en kennis met je willen delen op (inter)nationaal niveau. Ons goede imago maakt het waarschijnlijk dat dit gaat gebeuren.
Innovatie in de organisatie
Er wordt binnen
het Radboudumc al veel onderzoek gedaan en geïnnoveerd op gebieden zoals
augmented reality in het Reshape centrum. Dat zijn ICT toepassingen die in een
virtuele netwerkschool belangrijk worden. Die kennis en ervaring wordt nu al
opgebouwd en is belangrijk in de virtuele netwerkschoolWeaknesses
Geen ICT structuur voor leren
We hebben nu (2015) nog geen
digitale leeromgeving/LMS of E-learning. Dat betekent dat er een grote
achterstand binnen de organisatie is in kennis en vaardigheden als het gaat om
de inzet van ICT mogelijkheden in het onderwijs. Dat geldt niet alleen voor
medewerkers van de onderwijsinstituten maar ook voor de professionals in het
ziekenhuis. Om een virtuele school te realiseren zal er een enorme inhaalslag
gemaakt moeten worden.
Structuur van de organisatie
De structuur van de organisatie van
de organisatie is erg bureaucratisch, politiek getint en met een
divisiestructuur. Dat maakt dat gezamenlijke besluitvorming over nieuwe (ICT)
ontwikkelingen traag verloopt. De vraag is of we in deze structuur, en met deze
besluitvorming, in 2030 onze achterstand
hebben kunnen inlopen om echt een virtuele school te kunnen worden.
Weerstand en imago
Het Radboudumc heeft bij omliggende
ziekenhuizen een 'naam': wij weten het
(volgens hen) altijd beter! Dat roept weerstand op. Tegelijktijdig hebben wij
een achterstand als het gaat om ICT toepassingen in het onderwijs, dus zo goed
hebben wij het niet geregeld. Deze twee factoren gecombineerd geeft een
imagoprobleem dat de samenwerking in netwerken kan belemmeren.
Opportunities
Aansluiten bij de praktijk
Het samenwerken in netwerken met verschillende
stake holders (in ons geval andere zorginstellingen, beroepsverenigingen,
patiëntenverenigingen etc.) leidt tot
aanbod in het onderwijsinstituut dat nog beter aansluit bij de werkplek/de
praktijk. Dat is een enorme kans om ons onderwijs te verbeteren.
Verschillende leermogelijkheden
In dit scenario zijn er veel
verschillende manieren van leren mogelijk. Lerenden met diverse leervoorkeuren
kunnen hierdoor leren op een manier die precies bij hen past. Dat verhoogt
zowel het plezier als het rendement van het leren en is daarmee echt een kans
van dit scenario.
Kwaliteit van zorg
Door het leren in netwerken, waarin
theorie en praktijk (inter)nationaal bij elkaar komen, kunnen lerenden
ontwikkelingen in de zorg op de voet volgen. Bovendien kan het gebruik van ICT
hulpmiddelen het volgen van ontwikkelingen verder faciliteren. Dat kan een
positief effect hebben op de kwaliteit van de zorg en de motivatie van de
lerenden.
Threats
De rol en houding van de
zorgprofessional
De ICT geletterdheid bij (een
deel van) de doelgroep is niet hoog. Er is sprake van huiver als het gaat om
het gebruiken van ICT mogelijkheden en daardoor ontstaat weerstand. Daarnaast
wordt weinig eigenaarschap gevoeld als het gaat om je eigen leren en
ontwikkeling. Verpleegkundigen, maar ook bijvoorbeeld operatieassistenten en anaesthesie-assistenten, nemen weinig initiatief als het gaat om hun
eigen deskundigheidsbevordering en ontwikkeling. Een open houding t.a.v. ICT en
meer eigenaarschap als het gaat om leren zijn essentieel om dit scenario te
laten slagen.
Kennis delen
Om dit scenario te kunnen
realiseren is het noodzakelijk dat stake holders met elkaar kennis gaan delen.
Dit is nog niet gebruikelijk binnen onderwijs en tussen ziekenhuizen. Op dit
moment zijn wij bijvoorbeeld bezig om te kijken of we binnen de umc’s kennis en
producten kunnen delen, maar dat gaat nog heel langzaam. Het generen van kennis
geld heeft gekost en men zou graag iets van die investering terug zien. Die
houding zal het moeilijk maken om met stake holders leerinhouden te ontwerpen.
Samenwerking met stake holders
Samenwerking tussen de
stakeholders (beroepsverenigingen,
zorginstellingen, patiëntenverenigingen en de overheid) is nog niet
gebruikelijk. Het samen opstellen van beroepsnormen en leerinhoud, en het bewaken van de kwaliteit van het leeraanbod
zal een uitdaging worden. Alleen al het feit dat ziekenhuizen vallen onder
verschillende koepels (de NVZ en de NFU) en onder verschillende ministeries
(onderwijs en gezondheidszorg) kan een belemmering zijn voor samenwerking.
Samenhang tussen factoren
Wat opvalt is dat verschillende
aspecten van het imago van het
Radboudumc zowel een kans als een bedreiging kunnen zijn. Persoonlijk denk ik
dat we die bedreiging kunnen keren als we de rol als kenniscentrum (want dat is
een umc nou eenmaal) wel op ons nemen, maar niet uitstralen dat we alles beter
weten en kunnen. We moeten daarom een open de dialoog hierover aangaan met
stake holders. Daar werken we op dit moment ook al bewust aan als het gaat om
andere onderwerpen, zoals de mantelzorgacademie die we nu opzetten en waarvan
ik projectleider ben. We doen dit samen met Meander MC en MEZZO (organisatie
voor mantelzorgers en vrijwilligers).
Verder is er een tegenstelling
zichtbaar tussen het feit dat we als organisatie veel kennis hebben opgebouwd (zie strengths) met behulp van algemene
middelen, maar dat er tegelijkertijd veel weerstand is om deze kennis te delen met elkaar zodat de
samenleving er beter van wordt (threats). Wij zijn hier nu wel de eerste
stappen in aan het zetten een door ons ontwikkeld en succesvol product (deels)
kosteloos te delen via Open educational resources in Nederland.
De grootste bedreiging is het
feit dat we nu nog te weinig kennis en
ervaring hebben met de toepassing van ICT in het onderwijs, gecombineerd
met het feit dat de besluitvorming hierover
bij ons enorm lang duurt. Willen we aanhaken of zelfs voorop gaan lopen zodat
we dit scenario kunnen realiseren dan moeten we nu, in 2015, echt wat gaan doen
hieraan. Zoals dat er nu uitziet gaat dat voorlopig niet gebeuren.
Daarnaast denk ik dat m.n. de houding van een deel van de doelgroep t.a.v. ICT toepassingen én ten aanzien van
hun eigen leren en ontwikkeling een risico is. Uiteraard is moeilijk te
voorspellen hoe dit is in 2030 maar als je kijkt naar de situatie op dit moment
dan stemt dat niet hoopvol voor dit scenario. Als onderwijsinstituut ondernemen
we nu al wel actie, samen met HR en leidinggevenden, zodat de beroepsgroep m.n.
het eigenaarschap meer gaat oppakken. Ook landelijk speelt dit probleem en daar
is een rol weggelegd voor beroepsorganisaties maar ook voor de HBO’s en ROC’s
waar de basisopleiding plaatsvindt. De gesignaleerde kansen voor dit scenario
kunnen hierbij helpen. Zorgprofessionals worden enthousiast als leren goed aansluit
bij de praktijk en hun eigen werkplek én als ze zien dat dit een positief
effect heeft op de kwaliteit van zorg. Die aspecten kunnen dus goed gebruikt
worden om dit scenario te laten slagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten