Hallo Pascal,
Ik heb een eerste versie van mijn scenario's op mijn blog gezet. Het is rijp voor verstandige feedback van een peer!!
Zou jij ze willen doorlezen en willen kijken of de scenario's die ik beschrijf passen in het 'vakje' waarin ik ze heb geplaatst? Dus beschrijft het scenario inderdaad een 'virtuele autonome school', of 'fysieke netwerkschool'?
Alvast hartelijk dank !!
Sharon
maandag 23 februari 2015
zondag 22 februari 2015
Peerfeedbackvraag aan JW
Hi Jan Willem,
Ook voor jou een vraag, ik hoop daarmee van jouw creatieve inslag gebruik te kunnen maken.
Vind je dat mijn scenario's voldoende onderscheidend zijn? Dus lijken de scenario's die een gemeenschappelijke drijvende kracht hebben (bijvoorbeeld 'virtueel' of 'netwerk') niet te veel op elkaar?
Alvast bedankt !
groetjes,
Sharon
Ook voor jou een vraag, ik hoop daarmee van jouw creatieve inslag gebruik te kunnen maken.
Vind je dat mijn scenario's voldoende onderscheidend zijn? Dus lijken de scenario's die een gemeenschappelijke drijvende kracht hebben (bijvoorbeeld 'virtueel' of 'netwerk') niet te veel op elkaar?
Alvast bedankt !
groetjes,
Sharon
Eerste versie van uitgewerkte scenario's.
Poeh (of Pooh, ligt eraan hoe je het wil zeggen !). Dat viel nog niet mee. maar ik heb 4 scenario's waarvan ik denk dat ze passen bij mijn sector en voldoende innovatief zijn. Wat ik een klus vond is de onderbouwing te vinden in de enorme hoeveelheid bronnen die je kan vinden (meteen een leuk aandachtspunt bij het realiseren van een virtuele en netwerkschool). Daarnaast vind ik dat wat voor het ene scenario geldt, bijvoorbeeld kwaliteit en efficiëntie omhoog, ook voor andere gold. En hoe maak je dan voldoende onderscheidende scenario's? Ik ben dus begonnen met een stukje over de inhoud van het soort onderwijs dat in mijn sector belangrijk is, 4 centrale thema's waar we niet aan ontkomen (naast een aantal andere ontwikkelingen natuurlijk). Ik ben er nog niet tevreden over en wil aankomende week gebruiken om het verder aan te scherpen en feedback te vragen aan peers en aan een expert. Ik hoop dat laatste tenminste gerealiseerd te krijgen...
maandag 16 februari 2015
Scenario schrijven
Altijd een ander beeld gehad bij scenario's dan ik nu krijg tijdens LA 4. Ik dacht dan aan films, theater, TV: fantasie!! Wij gaan nu scenario's maken voor het onderwijs, in 2030. Iets heel anders, al hoewel ook daar blijkbaar wel fantasie een rol bij mag spelen. Maar dan onderbouwd door literatuur.
Ben om te beginnen maar eens naar mijn collega en trendwatcher beleidsadviseur Nicolai van de Woert gegaan. Die heeft me als het gaat om ontwikkelingen richting onze 'virtuele school' goed op weg geholpen. Ik heb het NMC Horizon Report, het rapport van de Open University 'innovating pedagogy' het trendrapport OER van SURF en het trendrapport van kennisnet! Als dat me niet op weg gaat helpen weet ik het ook niet meer. Meteen maar even doorgespeeld aan mijn mede Poohianen, die (helaas) met zijn allen carnaval aan het vieren zijn volgens mij. Ik krijg nog geen reactie op mijn vraag over rapporten die onze scenario's voor de 'fysieke school' zouden kunnen ondersteunen...
Maar even afwachten dan tot ze zijn bijgekomen....Toch maar begonnen met het beschrijven van de 4 scenario's voor mijn eigen sector.
Ben om te beginnen maar eens naar mijn collega en trendwatcher beleidsadviseur Nicolai van de Woert gegaan. Die heeft me als het gaat om ontwikkelingen richting onze 'virtuele school' goed op weg geholpen. Ik heb het NMC Horizon Report, het rapport van de Open University 'innovating pedagogy' het trendrapport OER van SURF en het trendrapport van kennisnet! Als dat me niet op weg gaat helpen weet ik het ook niet meer. Meteen maar even doorgespeeld aan mijn mede Poohianen, die (helaas) met zijn allen carnaval aan het vieren zijn volgens mij. Ik krijg nog geen reactie op mijn vraag over rapporten die onze scenario's voor de 'fysieke school' zouden kunnen ondersteunen...
Maar even afwachten dan tot ze zijn bijgekomen....Toch maar begonnen met het beschrijven van de 4 scenario's voor mijn eigen sector.
zondag 8 februari 2015
Nieuwe dingen doen
Uitgaan van het concept dat leren ook bestaat uit nieuwe dingen doen, en proberen deze goed te doen, heb ik me aangemeld op Twitter. Heel aardig was dat de afgelopen dagen ik ook al volgers heb gekregen. vandaag ga ik mijn eerste bericht schrijven. eens kijken wat er gebeurt!!
Ook nieuw, op basis van de peerfeedback van Peter en Pascal heb ik mijn tekst voor Quest 1 aangepast: een nieuwe versie staat dus online op mijn blog. Leuk die peerfeedback; ik zie de groep echt aan de slag met leren met en van elkaar!
In het kader daarvan en naar aanleiding van het blog van Eric ben ik alvast wat gaan lezen over Biesta, daar hoor ik hem vaak over en ik wil wel eens weten wat daar achter zit. leuk!
Morgen weer verder !
donderdag 5 februari 2015
Peerfeedbackvraag aan Peter
Hi Peter,
Ik zou je willen vragen of je even naar mijn laatste blogbericht wil kijken over trends. Ik heb er een alinea in opgenomen over Pro Actief sturing geven aan de vraag van een lerenden. Ik heb het erin gezet omdat wij als Zorgacademie dat belangrijk vinden, maar vraag me af of dit in mijn blogbericht iets toevoegt. Of is het te ver van het onderwerp, te weten de trend 'partnerschap' af ?
Bedankt !
Peerfeedbackvraag aan Pascal
Ik ben door jou geïnspireerd geraakt Pascal, dus ik ga jou ook een vraag stellen over mijn laatste blog 'trends shaping the future'.We hebben allebei naar partnerschap gekeken, alleen op een heel andere manier vanuit een andere setting. Ik miste bij jou een stukje over tegentrends, ik heb daar wel de laatste paragraaf aan gewijd. Zou je daar eens naar kunnen kijken? Het was best moeilijk dat te schrijven en ik vraag me af of ik nou duidelijk ben geweest in die paragraaf.
Bedankt weer!!
Quest 1: Trends shaping the future
Ik heb ervoor gekozen verder te duiken in de trend 'partnerschap'. In de gamehandleiding wordt dit 'School en de wijk' genoemd, maar dat is voor mijn setting een beetje te krap geformuleerd. Partnerschap past beter en sluit goed aan bij de onderwijskundige visie van de Radboud Zorgacademie, waarin 'partnerschap en co-creatie' een van de pijlers is. We hebben dit als volgt geformuleerd:We zijn actief binnen het Radboudumc als organisatiecontext en interacteren met andere ziekenhuis- en onderwijsorganisaties. We zorgen ervoor dat de praktijk kan beschikken over voldoende gemotiveerde en competente zorgprofessionals en gebruiken co creatie om dit te realiseren.
Het uitvoeren van een leertraject, of het oefenen van vaardigheden, in een leersituaties die zoveel als mogelijk overeen komt met de werksituatie bevordert de transfer en vergroot voor lerenden ook de veronderstelde bruikbaarheid van een leertraject. De vertaalslag die de lerende moet maken van de leersituatie naar de werksituatie wordt zo klein mogelijk gehouden. Dat is een van de redenen waarom ‘on-the-job training’ een manier van trainen is die een hoge mate van transfer bereikt, mits juist uitgevoerd en ondersteund (Grossmann & Salas, 2011). Bovendien bevorderen realistische leersituaties het actieve leren, een manier van leren waarvan verondersteld wordt dat dit de aandacht van lerenden beter vasthoudt en bijdraagt aan transfer (Grossman & Salas, 2011). Reden genoeg dus om te zorgen dat we samen met een opdrachtgever die context goed in kaart brengen en onze leersituaties daarop aanpassen. Partnerschap betekent voor ons ook het (h)erkennen van elkaars deskundigheid en het afbaken van verantwoordelijkheden. Dus verdelen wij in onze co-producties de taken: de werkplek is verantwoordelijk voor de inhoud en wij voor het onderwijskundige en logistieke deel van een traject. Daarnaast is 'de praktijk' medeverantwoordelijk voor het resultaat van een leertraject.
De lerende als partner
Ook lerenden worden gezien als partners in het geven van invulling aan het onderwijs. De leervragen van lerenden worden door de Radboud Zorgacademie centraal gesteld. Op deze manier wordt er rekening gehouden met hun leerbehoeftes. Door gebruik te maken van leervragen van studenten wordt de intrinsieke motivatie gestimuleerd (Ten Cate, Kusur-kar & Williams, 2011). Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie uit de persoon zelf en is de motivatie niet gestimuleerd door externe factoren, zoals het krijgen van een beloning of het ontlopen van straf. Deci en Ryan (2000) hebben het proces rondom het vergroten van de intrinsieke motivatie de Self-determination Theory (SDT) genoemd. Door het gebruik van leervragen van lerenden wordt hun autonomie vergroot. Het vergroten van de autonomie leidt tot een verhoogde intrinsieke motivatie om te studeren. Dit kan weer leiden tot betere schoolse prestaties (Ten Cate et al., 2011).
Pro actief sturing geven
Aanvullend op bovengenoemde invulling van partnerschap ziet de Radboud Zorgacademie het ook als haar taak om gevraagd en ongevraagd proactief sturing te geven aan onderwijsvragen. Het is een manier om vanuit het onderwijs, en op basis van de kennis en ervaring die je hebt opgebouwd, het partnerschap vorm te geven. Op het moment dat de Radboud Zorgacademie signaleert dat er behoefte is aan bepaalde kennis of vaardigheden zal de Zorgacademie dit aangeven om een groep bewust te maken van deze behoefte. De taak van de Zorgacademie kan worden omschreven als het bewust onbekwaam maken van lerenden, zodat leervragen opgeroepen kunnen worden. ‘Bewust onbekwaam’ is de tweede stap in de vier stadia van leren van Maslow (1954). Dit model (Figuur 1) gaat er vanuit dat een lerende vier stadia doorloopt wanneer een nieuwe vaardigheid of competentie wordt aangeleerd. In de eerste fase is iemand onbewust onbekwaam. Hierbij is de lerende zich niet bewust van wat hij of zij niet kan of weet. In het volgende stadium wordt de lerende zich bewust van een hiaat in zijn of haar kennis of vaardigheden. Als iemand bewust bekwaam wordt beschikt hij of zij over de juiste kennis of vaardigheden, maar vraagt het een grote mate van concentratie om hier gebruik van te maken. In het laatste stadium, onbewust bekwaam, kan de lerende zonder al te veel moeite gebruik maken van de kennis of vaardigheden. De onzekerheid die voor de lerende meekomt bij het bereiken bij fase twee, bewust onbekwaam zijn, kan een grote motivatie zijn voor het leerproces.
Tegentrend
Het is moeilijk een tegentrend te benoemen, en vooral om daar literatuur als onderbouwing bij te vinden. Je zou kunnen zeggen dat tegenover 'partnerschap' een ontwikkeling staat waarin het onderwijs zich los van de samenleving zelfstandig ontwikkelt. De school 'weet wat nodig is', hoe dat het beste geleerd kan worden en is de deskundige; de school als autonoom instituut.
Uit eigen ervaring weet ik dat er lastige kanten aan partnerschap zitten, dardoor kun je soms verlangen naar de tijd waarin de 'school' bepaalt! Samenwerken veronderstelt een gedeelde waardering voor elkaar en het delen van verantwoordelijkheid, zoals ik ook hierboven beschreef. In de praktijk zie ik vaak dat partners denken (en soms ook zeggen) dat zij net zo goed verstand hebben van onderwijs. Ze hebben zelf immers ook op school gezeten! Dat maakt het soms lastig om onderwijskundig belangrijke zaken, die het leren en het effect van een traject bevorderen, voor het voetlicht te krijgen. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan extra tijd op de afdeling voor het werken aan doelen waarmee een leertraject geborgd wordt. We krijgen dan te horen dat wij niet zo moeilijk moeten doen. Andersom hebben onderwijskundigen ook een bepaalde arrogantie waardoor zij kunnen uitstralen (wij natuurlijk niet!) dat zij het altijd beter weten. Heel irritant en ook niet bevorderlijk voor de samenwerking. Ook aan het partnerschap met de lerenden zitten haken en ogen. Als je een lerende mede verantwoordelijk wilt maken voor het eigen leerproces veronderstel je een bepaalde mate van zelfgestuurd leren. Helaas is dat niet altijd aanwezig, of kunnen wij niet goed genoeg onderbouwen waarom het belangrijk is.
Een andere factor die partnerschap (buiten de eigen instelling) belemmert is het feit dat kennis moeilijk gedeeld wordt. Vaak wordt dat ingegeven door financiële motieven. Het heeft schaarse middelen (lees geld en tijd) gekost om kennis te generen en op te bouwen, als je dat deelt ben je het kwijt, en wat gaat die ander ermee doen ? De Zorgacademie gaan hier nu toch mee experimenteren o.a. omdat wij vinden dat wij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om dat te delen wat goed is voor de zorg in Nederland. De middelen die wij hebben gekregen om kennis op te bouwen komen vanuit de samenleving, de resultaten daarvan moeten dus ook, als het even kan, met de samenleving gedeeld worden.
Samenvattend: de trend 'partnerschap' is interessant en belangrijk, je ontkomt er ook niet meer aan en dat willen we ook niet in onze sector. Het vraagt van alle partijen openheid, inzet, waardering van elkaar en het oprecht willen delen van kennis.
Literatuur
Baldwin, T. T., & Ford, J. K. (1988). Transfer of training: A review and
directions for future research. Personnel
Psychology, 41(1), 63-105.
Cate, O.Th.J. ten, Kusurkar, R.A. & Williams, G.C. (2011). How self-determination theory can assist our under-standing of the teaching and learning processes in medical education. AMEE Guide No. 59. Medical Teacher, 33, 961-973.
Grossman, R., & Salas, E. (2011). The
transfer of training: what really matters. International
Journal of Training and Development, 15(2),
103-120.
Maslow, A.H. (1954). Motivation and personality. New York: Harper & Brothers. Radboud Zorgacademie Radboudumc. (2013). De onderwijskundige kleur van de Radboud Zorgacademie [onuitgegeven intern document]. Nijmegen: Radboudumc
Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitations of intrinsic motivation social development and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78.
zondag 1 februari 2015
Verschuivende grenzen: Boundary Crossing
Afgelopen week kwam ik op het blog van LA 4 een verwijzing tegen naar het concept 'boundary crossing'. Dat leek me een interessant concept, al is het maar omdat ik vermoed dat er in de LA wel een paar boudaries 'gecrossed' moeten worden door de opdrachten die we krijgen en de verschillende settings waarin iedereen werkt. Ik heb dus een beginnetje gemaakt om dat verder te onderzoeken. Ik heb hiervoor het artikel van Akkerman en Bakker (2012) in Onderwijs en Opleiden gebruikt. In dat artikel doen zij verslag van hun literatuurstudie naar dit onderwerp.
Binnen en tussen organisatie bestaan er grenzen. Grenzen worden door Akkerman en Bakker (2012) gedefinieerd als 'sociale en culturele verschillen tussen praktijken die leiden tot problemen in handelingen of de interactie'. Zijn er problemen dan is er sprake van discontinuïteit. Die grenzen hebben een functie (geven identiteit en maken duidelijk waar je voor staat) en worden vaak veroorzaakt door specialisatie. Dat laatste speelt zeker bij ons; een universitair medisch centrum, veel subspecialismen en daardoor subafdelingen en daarnaast bureaucratisch, groot en log (is mijn mening!).
Grenzen zijn hinderlijk als ze de communicatie en samenwerking belemmeren. Ook daarvan zijn er in onze instelling voldoende voorbeelden zichtbaar; afdelingen communiceren onderling niet goed waardoor dat voor patiënten nadelige gevolgen kan hebben. Dat is wel iets waar de laatste jaren hard aan gewerkt wordt. Nog dichterbij: er is op dit moment een Zorgacademie voor opleiding en ontwikkeling van zorgprofessionals, en een instituut voor opleiding van wetenschappelijk opgeleiden (arts, tandarts). Samenwerking tussen beiden instituten is er nauwelijks, waardoor kennis niet gedeeld wordt en processen die over de 'grenzen' gaan moeizaam verlopen. In maart a.s gaan we fuseren. Wij als sectie Bijscholing gaan dan samen met de Bijscholing voor artsen en tandartsen. Er is sprake van een groot verschil in cultuur, visie en werkwijzen. In dit voorbeeld is boundary crossing noodzakelijk: het opheffen van ontstane discontinuïteit door het leggen van verbindingen tussen partkijken en het vinden van één manier van handelen en communiceren. Een ander voorbeeld: als ik kijk naar mijn reflectie op het college van Anje dan speelt bij het zoeken van nieuwe samenwerkingsverbanden binnen en buiten de organisatie boundary crossing ook een rol.
Uit het onderzoek van Akkerman en Bakker blijkt dat boundary crossing een groot leerpotentieel heeft. Het leren ontslaat op het snijvlak van de grenzen en kan diverse vormen aannemen (identificatie, coördinatie, reflectie en transformatie). Tenslotte spelen bij boundary crossing de bruggenbouwers (tussen de 'organisaties' en over de grenzen heen) en boundary objects een rol.
Na deze kleine oriëntatie vind ik het een heel interessant, en bruikbaar, concept. Ik hoop hiermee in dit LA verder te kunnen gaan.
Bron: Akkerman, S., & Bakker, A. (2012). Het leerpotentieel van grenzen. Opleiding & Ontwikkeling, 2012 (1), pp15-19.
Reflectie op het college van Anje Ros; Toekomst en Trends.
Afgelopen maandag zijn we het LA begonnen met een inleidend college over toekomst en trends. Anje onderscheidt maatschappelijke trends die gevolgen hebben voor onderwijs en onderwijskundige trends. Misschien is dit een goede plek om even een toelichting te geven op mijn werksetting, omdat de vertaling van trends er bij mij anders uitziet dan bij mijn leergroepgenoten.
Ik werk bij de sectie Bijscholing van de Radboud Zorgacademie (vanaf maart: Radboudumc Health Academy, we zitten in een fusieproces). Wij verzorgen standaard en maatwerk leertrajecten (training, cursus, coaching, intervisie, leren op de werkplek, advies) voor interne en externe klanten. Wij zijn een klein team van 5 collega's. De opleiders van de sectie ontwerpen en ontwikkelen het aanbod, onderhouden contacten met de klant, doen acquisitie en evalueren aanbod. De trainingen worden bijna altijd verzorgd door inhoudelijk deskundige gastdocenten. Ik ben de senior opleider, dat betekent dat ik verantwoordelijk ben voor de innovaties, ondersteunen van het hoofd, maken van beleid en de ziekenhuisbrede adviezen en trajecten over deskundigheidsbevordering voor zorgprofessionals. Er zijn geen landelijke kaders of richtlijnen en het ministerie (wij vallen ook nog eens (vooral) onder gezondheidszorg en niet onder onderwijs) schrijft geen nota's over hoe bijscholing eruit moet zien. Maatschappelijk trends hebben daarom voor ons andere, en soms geen of moeilijk te vertalen, gevolgen.
Terug naar het college van Anje. Zij benoemde de volgende maatschappelijk trends;
- Globalisering; Nederland als kennissamenleving en 21st century skills
- Gelijkheid en ongelijkheid
- Duurzaamheid
- Nieuwe media
- Integratie
- Demografische ontwikkelingen.
- Partnerschap in het onderwijs
- Burgerschapsonderwijs
- Beta techniek
- 21st century skills
- Passend onderwijs
- Excellentie
Als het gaat om de onderwijskundige trends herken ik vooral het belang van trend 1 en 4. Wij zoeken al actief naar partners binnen onze organisatie, maar we willen dat graag versterken. Partners buiten onze organisatie hebben wij als sectie nog niet voldoende in beeld. Niet voor niets in 'partnerschap en co-creatie' een van de pijlers onder onze visie!!
Voor dit LA worden deze trends aangegeven:
1. Nieuwe media
2. Duurzaamheid
3. Ongelijkheid
4. School en de wijk
5. Veiligheid en radicalisering
6. Veranderende levenswijzen
Van dat lijstje zijn voor dit LA de belangrijke trends dus voor mij: het gebruik van nieuwe media in ons onderwijs (incl 21st century skills), veranderende levenswijzen en dan m.n. een ontwikkeling zoals Leven Lang leren (vitaal en langer aan het werk blijven) en partnerschap in het onderwijs (in het lijstje hierboven wat 'smaller' gedefinieerd als 'School en de wijk').
Abonneren op:
Posts (Atom)


