woensdag 22 april 2015

Peerfeedback

Voor de Challenge day heb ik feedback gehad van Wyb en van Susan. dat heeft het volgende opgeleverd;

Feedback van­­­­­­­­­­­­ Susan aan­­ Sharon­­­­­­­­­­­­­­

Ik heb met plezier je blog gelezen, dan valt de hoeveelheid werk wat “we” verzet hebben nog meer op.






P.I.

Tip

Top

Blik naar buiten

Bijv. participeren in innovatietrajecten en betrekken relevante externen etc.

Op welke wijze worden innovatietrajecten vormgegeven en heb jij hierin ook een rol?

De rol van stake holders hebben een duidelijke plek.

Oog voor praktijk

Bijv. consequenties ontwikkelingen voor praktijk/ vertaling visie / ondersteuning collega’s/ realiteitszin etc.

Welke consequenties heeft dit scenario voor de docent en in het bijzonder de MLI er?

De rol van leerling en stake holder is duidelijk aanwezig

Seamless learning wordt duidelijk vorm gegeven.

Over de grens

Bijv. creativiteit in vormgeving, creativiteit in inhoud, denken buiten de kaders.

Het denken buiten kaders komt niet helemaal tot zijn recht, hoe zie je dit?

De SWOT in beeld is bijna mooier dan die in woorden. Mooie ondersteuning.

Fijn dat inzichtelijk is wat inderdaad belangrijk is in ons scenario namelijk de rol van stake holders en het seamless (en een leven lang)  leren. Hoe ik/wij vorm geven aan innovatietrajecten is inderdaad minder duidelijk uit mijn blog te halen. Dat komt misschien ook omdat mijn rol, door de MLI,  daarin an het veranderen is. We zitten in een reorganisatie en het streven is dat die rol van innovatie, en mijn aandeel daarin, duidelijker wordt. Het denken buiten kaders is wel duidelijk in het scenario terug te zien (neem ik aan) maar mogelijk niet in mijn eigen blog. We hebben daar als organisatie, en ikzelf misschien ook als persoon, nog wel een paar slagen te maken!


Feedback van­­­­­­­­­­­­___Wyb Schuit_aan­­­­­­­­­­­­­­­­­­­_Sharon______________






P.I.

Tip

Top

Blik naar buiten

Bijv. participeren in innovatietrajecten en betrekken relevante externen etc.

tip: ga op zoek naar goede e-learning voorbeelden die makkelijk bereikbaar zijn bij collega instituten in NL of daarbuiten. Op internet of via een mooc kun je vast wat vinden

top: delen van kennis en samen kennis creëren met de mantelzorgers.

Oog voor praktijk

Bijv. consequenties ontwikkelingen voor praktijk/ vertaling visie / ondersteuning collega’s/ realiteitszin etc.

Tip: denk aan deci en Ryan: vooral! autonomie en sociale verbondenheid in plaats van top-down. Zal het imago van Radboud ook ten goede komen.

Top: je bent je bewust van het imago van Radboud.

Over de grens

Bijv. creativiteit in vormgeving, creativiteit in inhoud, denken buiten de kaders.

Tip: van proberen kun je leren. De eerste pannenkoek mislukt altijd. Het model van evalueren, bijstellen en cyclisch ontwikkelen kan jou meer ruimte geven om (nieuwe dingen) te proberen.

Top: je kent je eigen kracht en je eigen beperkingen heel goed. Voor team|: Prachtige visualisatie, mooi concreet gemaakt. Tevens goede keuze om interactie en betrokkenheid op CD.

Vraag / vragen t.b.v. de dialoog:
Wat zouden de voordelen zijn als je voor jouw organisatie dingen laat groeien tot een (dynamische) structuur?

Bij de feedback van Wyb valt me vooral de tip op, en de vraag daarbij, wat er zou gebeuren als we eens iets organisch zouden laten groeien en gewoon met iets zouden gaan experimenteren (bijv met e-learning, zie haar eerste tip)? Dat vraag ik me ook regelmatig af ! Met betrekking tot e-learning hebben we daar nu voor gekozen; 'we gaan het gewoon doen'. Maar iets organisch laten groeien is absoluut geen sterk punt van mijn organisatie, initiatieven die kant op worden vaak in de kiem gesmoord. Toch; een waardevolle tip om in het achterhoofd te houden !
 
Susan en Wyb; bedankt voor jullie feedback!
 

woensdag 1 april 2015

Netwerk feedback gevraagd

Voor zowel quest 2 als 4 heb ik aan mijn collega Nicolai van de Woert feedback gevraagd. Nicolai is bij ons de expert als het gaat om Technology Enhanced learning.

Zijn feedback op Quest 2 (mijn eigen scenario's) kwam helaas te laat om op tijd te verwerken, de input heb ik dus anders gebruikt. Zo gaf Nicolai aan dat hij erg geïnteresseerd was in een netwerkschool met duidelijke rollen voor alle stake holders, maar dat dat op dit moment nog erg lastig was. Ik herken wel wat hij zegt; het is nog moeilijk om alle neuzen de zelfde kant op te krijgen. Die input heb ik gebruikt bij mijn SWOT. Een oplossing heb ik nog niet, we gaan nu wel met andere UMC's kijken hoe we kennis kunnen delen en een netwerk van stake holders op kunnen zetten. Nicolai gaf ook aan dat hij in ons scenario een belangrijke rol zag voor Communities of practice. Dat punt heb ik meegenomen naar onze uitwerking van het scenario in quest 4 en 5. We willen het netwerkleren en leren van elkaar in dat scenario benadrukken en als het goed is ook mooi in beeld brengen! Hoop dat dat is gelukt!

In een gesprek hebben we verschillende punten verder uitgediept. Wat me het meest opviel is dat hij aangaf (en hierbij verwees hij naar o.a. een rapport over scenario's voor het hoger Onderwijs in de UK) : Niets is zeker! Het is heel moeilijk om betrouwbare scenario's te maken omdat er zoveel factoren invloed hebben. Nou, dat is wel herkenbaar in dit LA, vind ik. Verder blijkt dat de meeste scenario's voor onderwijs in de toekomst onderbouwen dat het onderwijs én meer flexibel moet/zal worden én dat er een grotere rol is voor andere partijen, zoals private ondernemingen. Dat is ook wat wij in ons scenario hebben verwerkt, dus in die zin sluit dat mooi aan. We hebben gesproken over de groei van OER's (Open Educational resources) als een kans voor zowel de flexibilisering van het onderwijs, als het vergroten van de kwaliteit van het onderwijs. Dat was wel een mooi punt en dat heb ik als kans meegenomen in de uitwerking van mijn SWOT.

Kortom; een interessant gesprek. We zitten samen in een paar projecten waarvan er een te maken heeft met zowel het valoriseren als het open delen van onze kennis over het toetsen van voorbehouden en risicovolle handelingen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar wij willen toch proberen beide strategieën als uitgangspunt te nemen!@ Wij zien dit als een goede manier om te bouwen aan OER's. Via een OER willen we ook de kennis landelijk delen die we in het project Mantelzorgacademie. opbouwen met MEZZO (vereniging voor vrijwilligers en mantelzorgers) en Meander MC (Amersfoort). We zijn dus actief aan de slag met OER's!

maandag 16 maart 2015

Mijn definitieve SWOT

Naar aanleiding van de laatste feedback van Eric (zie vorige week) heb ik nog wat kleien aanpassingen gedaan in mijn SWOT. Hierbij dan de definitieve versie (zonder plaatjes want die pakt het systeem niet meer). .

Quest 3 SWOT analyse voor mijn organisatie

Inleiding


In de groep hebben wij gediscussieerd over het scenario waar wij mee verder zouden willen. De meningen waren verdeeld, dat is ook wel op onze individuele blogs terug te zien bij blog 2. Iedereen   had goede argumenten waarom haar of zijn voorkeur het meest interessant was. Uiteindelijke hebben we gekozen voor het meest vooruitstrevende scenario, namelijk die waar de netwerkschool en de virtuele wereld elkaar vinden: de lerende  gaat naar de wereld en leert in ontmoeting. We denken dat we daar het meest creatief mee aan de slag kunnen gaan voor deze Challenge en dat we daar onze verschillende sectoren een plekje in kunnen vinden.

In 2030 bestaat de rol van de docent niet langer. Fysieke scholen hebben al enige jaren geleden hun deuren gesloten, het onderwijsaanbod wordt inmiddels virtueel geregeld. Een groot scala aan onderwijsvormen is hiervoor beschikbaar: MOOC’s, online learning communities, serious gaming, augumented reality etc. Dit maakt het voor de lerende mogelijk om zelf te bepalen wanneer, waar en hoe hij of zij leert (Sloep, 2014).

De persoon die het dichtste in de buurt van een docent zoals we die in 2015 kenden staat, is de leercoach. Deze persoon heeft als taak om de lerende wegwijs te maken in de steeds complexer wordende maatschappij (Metcalfe & Green, 2007).

Inzet van deze leercoach wordt mogelijk gemaakt door middel van zogenaamde leervouchers die iedere burger tot zijn beschikking heeft en door de overheid worden verstrekt. De lerende richt zo, onder begeleiding van een leercoach, een personalised learning enviroment in. Hiermee kan de lerende met aanbieders en stakeholders communiceren (Van Wetering & Desain, 2014)

Er wordt in 2030 niet langer richting eindtermen gewerkt, diploma’s bestaan niet meer. Na het afronden van een cursus, een event, een portfoliowerkstuk of na het opdoen van ervaring wordt een aantekening op het digitaal portfolio van de desbetreffende persoon gemaakt.

De eerste stappen richting deze vorm van onderwijs zijn al in 2013 gezet. De toenmalige Ecole 42 bood aan een select gezelschap kosteloze scholing aan, zonder docenten, zonder lesaanbod, zonder diploma maar met baangarantie (Ecole 42, 2013). Inmiddels, in 2030, is deze vorm van onderwijs voor iedereen van 16 jaar en ouder beschikbaar.

Strengths

Leercoach

Er is veel kennis, ervaring en enthousiasme bij het opleidingsinstituut als het gaat om ontwerpen van leertrajecten op individueel niveau. Wij zijn gewend te denken in individueel maatwerk voor lerenden: de rol van leercoach in dit scenario past hierbij.
Imago en samenwerking
Wij zijn een grote instelling met goed imago als het gaat om de inhoud van de zorg. In een netwerkschool omgeving is het belangrijk dat andere partijen met je samen willen werken en hun inhoud en kennis met je willen delen op (inter)nationaal niveau. Ons goede imago maakt het waarschijnlijk dat dit gaat gebeuren.

Innovatie in de organisatie

Er wordt binnen het Radboudumc al veel onderzoek gedaan en geïnnoveerd op gebieden zoals augmented reality in het Reshape centrum. Dat zijn ICT toepassingen die in een virtuele netwerkschool belangrijk worden. Die kennis en ervaring wordt nu al opgebouwd en is belangrijk in de virtuele netwerkschool

Weaknesses

Geen ICT structuur voor leren

We hebben nu (2015) nog geen digitale leeromgeving/LMS of E-learning. Dat betekent dat er een grote achterstand binnen de organisatie is in kennis en vaardigheden als het gaat om de inzet van ICT mogelijkheden in het onderwijs. Dat geldt niet alleen voor medewerkers van de onderwijsinstituten maar ook voor de professionals in het ziekenhuis. Om een virtuele school te realiseren zal er een enorme inhaalslag gemaakt moeten worden.

Structuur van de organisatie

De structuur van de organisatie van de organisatie is erg bureaucratisch, politiek getint en met een divisiestructuur. Dat maakt dat gezamenlijke besluitvorming over nieuwe (ICT) ontwikkelingen traag verloopt. De vraag is of we in deze structuur, en met deze besluitvorming,  in 2030 onze achterstand hebben kunnen inlopen om echt een virtuele school te kunnen worden. 

Weerstand en imago

Het Radboudumc heeft bij omliggende ziekenhuizen een 'naam':  wij weten het (volgens hen) altijd beter! Dat roept weerstand op. Tegelijktijdig hebben wij een achterstand als het gaat om ICT toepassingen in het onderwijs, dus zo goed hebben wij het niet geregeld. Deze twee factoren gecombineerd geeft een imagoprobleem dat de samenwerking in netwerken kan belemmeren.

Opportunities


Aansluiten bij de praktijk

Het samenwerken in netwerken met verschillende stake holders (in ons geval andere zorginstellingen, beroepsverenigingen, patiëntenverenigingen etc.)  leidt tot aanbod in het onderwijsinstituut dat nog beter aansluit bij de werkplek/de praktijk. Dat is een enorme kans om ons onderwijs te verbeteren.

Verschillende leermogelijkheden 

In dit scenario zijn er veel verschillende manieren van leren mogelijk. Lerenden met diverse leervoorkeuren kunnen hierdoor leren op een manier die precies bij hen past. Dat verhoogt zowel het plezier als het rendement van het leren en is daarmee echt een kans van dit scenario.

Kwaliteit van zorg

Door het leren in netwerken, waarin theorie en praktijk (inter)nationaal bij elkaar komen, kunnen lerenden ontwikkelingen in de zorg op de voet volgen. Bovendien kan het gebruik van ICT hulpmiddelen het volgen van ontwikkelingen verder faciliteren. Dat kan een positief effect hebben op de kwaliteit van de zorg en de motivatie van de lerenden.

Threats  


De rol en houding van de  zorgprofessional

De ICT geletterdheid bij (een deel van) de doelgroep is niet hoog. Er is sprake van huiver als het gaat om het gebruiken van ICT mogelijkheden en daardoor ontstaat weerstand. Daarnaast wordt weinig eigenaarschap gevoeld als het gaat om je eigen leren en ontwikkeling. Verpleegkundigen, maar ook bijvoorbeeld operatieassistenten en anaesthesie-assistenten,  nemen weinig initiatief als het gaat om hun eigen deskundigheidsbevordering en ontwikkeling. Een open houding t.a.v. ICT en meer eigenaarschap als het gaat om leren zijn essentieel om dit scenario te laten slagen.

Kennis delen

Om dit scenario te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat stake holders met elkaar kennis gaan delen. Dit is nog niet gebruikelijk binnen onderwijs en tussen ziekenhuizen. Op dit moment zijn wij bijvoorbeeld bezig om te kijken of we binnen de umc’s kennis en producten kunnen delen, maar dat gaat nog heel langzaam. Het generen van kennis geld heeft gekost en men zou graag iets van die investering terug zien. Die houding zal het moeilijk maken om met stake holders leerinhouden te ontwerpen.

Samenwerking met stake holders

Samenwerking tussen de stakeholders  (beroepsverenigingen, zorginstellingen, patiëntenverenigingen en de overheid) is nog niet gebruikelijk. Het samen opstellen van beroepsnormen en leerinhoud,  en het bewaken van de kwaliteit van het leeraanbod zal een uitdaging worden. Alleen al het feit dat ziekenhuizen vallen onder verschillende koepels (de NVZ en de NFU) en onder verschillende ministeries (onderwijs en gezondheidszorg) kan een belemmering zijn voor samenwerking. 

Samenhang tussen factoren


Wat opvalt is dat verschillende aspecten van het imago van het Radboudumc zowel een kans als een bedreiging kunnen zijn. Persoonlijk denk ik dat we die bedreiging kunnen keren als we de rol als kenniscentrum (want dat is een umc nou eenmaal) wel op ons nemen, maar niet uitstralen dat we alles beter weten en kunnen. We moeten daarom een open de dialoog hierover aangaan met stake holders. Daar werken we op dit moment ook al bewust aan als het gaat om andere onderwerpen, zoals de mantelzorgacademie die we nu opzetten en waarvan ik projectleider ben. We doen dit samen met Meander MC en MEZZO (organisatie voor mantelzorgers en vrijwilligers).

Verder is er een tegenstelling zichtbaar tussen het feit dat we als organisatie veel kennis hebben opgebouwd (zie strengths) met behulp van algemene middelen, maar dat er tegelijkertijd veel weerstand is om deze kennis te delen met elkaar zodat de samenleving er beter van wordt (threats). Wij zijn hier nu wel de eerste stappen in aan het zetten een door ons ontwikkeld en succesvol product (deels) kosteloos te delen via Open educational resources in Nederland.

De grootste bedreiging is het feit dat we nu nog te weinig kennis en ervaring hebben met de toepassing van ICT in het onderwijs, gecombineerd met het feit dat de besluitvorming hierover bij ons enorm lang duurt. Willen we aanhaken of zelfs voorop gaan lopen zodat we dit scenario kunnen realiseren dan moeten we nu, in 2015, echt wat gaan doen hieraan. Zoals dat er nu uitziet gaat dat voorlopig niet gebeuren.

Daarnaast denk ik dat m.n. de houding van een deel van de doelgroep t.a.v. ICT toepassingen én ten aanzien van hun eigen leren en ontwikkeling een risico is. Uiteraard is moeilijk te voorspellen hoe dit is in 2030 maar als je kijkt naar de situatie op dit moment dan stemt dat niet hoopvol voor dit scenario. Als onderwijsinstituut ondernemen we nu al wel actie, samen met HR en leidinggevenden, zodat de beroepsgroep m.n. het eigenaarschap meer gaat oppakken. Ook landelijk speelt dit probleem en daar is een rol weggelegd voor beroepsorganisaties maar ook voor de HBO’s en ROC’s waar de basisopleiding plaatsvindt. De gesignaleerde kansen voor dit scenario kunnen hierbij helpen. Zorgprofessionals worden enthousiast als leren goed aansluit bij de praktijk en hun eigen werkplek én als ze zien dat dit een positief effect heeft op de kwaliteit van zorg. Die aspecten kunnen dus goed gebruikt worden om dit scenario te laten slagen.

 

donderdag 12 maart 2015

Bezoek Ixperium

Afgelopen week ben ik naar het Ixperium op de HAN geweest. Ondanks dat dit vooral gericht is op de PABO en het PO heb ik er goede ideeën opgedaan. voor meer info zie hun website.
Wat me opviel en wat ik heel sterk vind is dat ze gewoon begonnen zijn, maar een netwerk hebben gemaakt met besturen van 3 basisscholen. Daarmee hebben ze bijna al het PO in de regio erbij kunnen halen.
We hebben een korte uitleg gekregen en daarna zijn we meegegaan met een groepje PABO studenters die een klas begeleidden die op bezoek kwam. Leuk om dat enthousiasme van de kinderen te zien, m.n. als iets lukt en ze extra punten krijgen in een taalspelletje. Daarna hebben we een aantal mooie en speciale dingen gezien




een smarttable



De Swinx
Daar waar de Swinx een goedkoop en eenvoudige manier is om kinderen te stimuleren tot bewegen en leren is de Smartable een heel duur (duizenden euro's) en mooi apparaat waarmee via verschillende spelletjes kinderen van alles leren.  
Deze is het mooiste: een robot die Rubics cube kon oplossen

Ik vond mn de discussie achteraf heel interessant. We hebben het over voor-nadelen van de inzet van ICT in het onderwijs gehad, mooi in het kader van ons scenario van de virtuele school.
Voordelen zijn; het geeft mogelijkheden om onderwijs veel meer op maat te maken, waardoor je passend onderwijs aan alle kinderen kan geven. Toepassingen zoals learning analytics maken ook dat leren efficiënter kan, waardoor kinderen tijd over houden om buiten te spelen of met elkaar aan opdrachten te werken (ook heel belangrijk voor hun ontwikkeling). Nadeel van learning analytics is dat je veel data over kinderen ergens opslaat, en wie weet wat daar uiteindelijk mee gaat gebeuren? De voordelen van ICTt toepassingen ontstaan m.n. als er een combinatie gemaakt wordt in het leren tussen de technologische wereld en de ambachtelijke wereld.
Een groot nadeel van alle ICT toepassingen ontstaat als ICT 'tussen mensen in komt te staan' en het persoonlijk contact, face tot face, gaat vervangen. Daarom moet een visie van de school uitgangspunt zijn van de keuzes die je maakt over het gebruiken van ICT in het onderwijs. Hhet is ook goed om hier de tijd voor te nemen, die tijd heb je nodig om goede keuzes te maken.

woensdag 11 maart 2015

Een nieuwe SWOT

Vandaag heb ik naar aanleiding van o.a. de feedback van Eric mijn SWOT aangepast. Ik heb gekozen voor een meer creatieve insteek, en heb de verschillende aspecten meer uitgebreid besproken. Het is nog wel kort en bondig want ik vind dat dat in een SWOT wel zo hoort. Ook heb ik nog even extra gekeken naar het stuk over de samenhang tussen de factoren en dat meer aangescherpt. Hierbij mijn nieuwe versie !

woensdag 4 maart 2015

Feedbackvraag aan Eric

Hallo Eric,

Ik mag vandaag aan jou feedback vragen. Ik heb heel benieuwd wat je reactie is op mijn SWOT, is het duidelijk, begrijpelijk en voldoet die aan de eisen??
In de quest staat dat er een beschrijving van de samenhang tussen de verschillende categorieën in moet staan. Ik heb dat geprobeerd te doen om de laatste blz van de toelichting. Is dat de bedoeling denk je, als je suggesties hebt: graag!!

Alvast bedankt !!!

Quest 3: een SWOT

Vandaag begonnen met mijn SWOT. De sterktes en zwaktes van mijn organisaties als het gaat om het realiseren van het scenario; de lerenden gaat naar de wereld en leert in ontmoeting. Leuke opdracht!

Hierbij mijn eerste poging! In dit document volgt de toelichting, maar Dropbox kantelt daarin de afbeelding van de SWOT???

maandag 2 maart 2015

Toekomstscenario's voor deskundigheidsbevordering van zorgprofessionals

Met behulp van de feedback van mijn mede Poohianen ben ik tot vier mooie scenario's gekomen.

Scenario’s vertaald naar deskundigheidsbevordering van zorgprofessionals in 2030

Inleiding


Onafhankelijk van het scenario is deskundigheidsbevordering in 2030 een doorlopend proces dat start vanaf diplomering. Een lerende geeft hiermee vorm aan een Leven Lang Leren en draagt er zo aan bij dat ze langer en langer vitaal aan het werk kan blijven. De overheid stimuleert dit met een uitgebreid pakket waarin o.a. via een vouchersysteem lerenden zichzelf kunnen blijven ontwikkelen (Rijksoverheid, 2014).  De manier waarop dit vormgegeven wordt kan wel verschillen zoals blijkt uit onderstaande scenario’s.

Scenario 1: De school bepaalt het aanbod en de lerende leert in de virtuele wereld.


Vanuit het opleidingsinstituut wordt de lerende een aanbod aan virtuele leermiddelen ter beschikking gesteld waarmee de lerende haar deskundigheidsbevordering vorm geeft. Dat is wel nodig, want er is zoveel aanbod dat een lerende zelf haar weg niet kan vinden en dat heeft een nadelige invloed op de effectiviteit van het onderwijs. Dat is ongewenst, ook het rendement van dit soort onderwijs moet omhoog (OCW, 2011).

Er wordt gebruik gemaakt van Open Educational resources waarbij het opleidingsinstituut een arrangement van open leermaterialen aanbiedt. Daarnaast staan er MOOC’s ter beschikking waarvan  professionals via hun eigen device gebruik kan maken (Jacobi, Jelgerhuis, & Woert, N. van der,  2013). De inhoud van die MOOC’s worden vooraf gescreend op kwaliteit door het opleidingsinstituut. Een lerende krijgt vanuit het opleidingsinstituut een ‘badge’ als zij een (deel van een virtueel) leerarrangement heeft afgesloten. Dit met de gedachte dat deze badges ook bijdragen aan het verhogen van de motivatie van lerenden (Innovating pedagogy, 2013). Tenslotte maken simulatietraininingen onderdeel uit van het (virtuele) aanbod van het opleidingsinstituut. Zo kan er via een verbinding meegekeken worden bij simulatietrainingen en de debriefing ervan in de simulatie unit van het ziekenhuis. Deze meekijk- en oefenmomenten worden in een virtual classroom voor- en nabesproken met een trainer zodat er optimaal leerrendement ontstaat. Het opleidingsinstituut heeft dus een rol als aanbieder van inhoud, facilitator van leermogelijkheden (waaronder ICT voorzieningen) en coach van de lerende die zijn weg zoekt in het aanbod. Tenslotte draagt het instituut zorg voor bewaking van kwaliteit, accreditatie en het toekennen van badges.

 

Scenario 2: De lerende gaat naar de wereld en leert in ontmoeting


Er is veel veranderd in de zorg, o.a. doordat er steeds minder zorg in instellingen wordt gegeven, en steeds meer in de eerste lijn (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013). Daarnaast is de patiënt en zijn naaste een volwaardige partner in de zorg geworden (Radboudumc, z.j.). Alle stake holders in de zorg (beroepsverenigingen, zorginstellingen, patiëntenverenigingen en de overheid) hebben daarom beroepsnormen vastgesteld en deze vormen het kader van de deskundigheidsbevordering. Daarbinnen maakt een lerende haar eigen keuze uit het virtuele aanbod. De kwaliteit van het aanbod wordt door de stake holders bewaakt.

De lerende zoekt haar weg door dit aanbod door te werken aan (door de stake holders geformuleerde) praktijkgerichte opdrachten in een realistische virtuele setting. In Open educational resources maakt de lerende gebruik van losse open leerobjecten die aangeboden worden door binnen- en buitenlandse aanbieders van deskundigheidsbevordering (Jacobi, et al. 2013). Daarnaast maakt de lerende gebruik van leren via augmented reality zoals toepassingen als Google Glass waarmee meegekeken kan worden bij onderzoek en ingrepen bij patiënten over de hele wereld. Serious gaming vormt een belangrijke manier om zowel technical als none technical skills te oefenen. In de games kan de lerende andere professionals van over de hele wereld ontmoeten en daarvan leren. Dat is een van de vormen van netwerkleren die ter beschikking staat; de lerenden zoekt en vindt zelf partners in Communities of Practice rond inhoudelijke thema’s (Jacobi, et al., 2013). De lerende heeft de beschikking over een digitale leer- en werkomgeving (personalized learning enviroment) die zij zelf inricht en waarmee zij met de stake holders en aanbieders van de leermogelijkheden communiceert (van Wetering & Desain, 2014).  Zo wordt vormgegeven aan het zogenaamde seamless learning (Innovating pedagogy, 2013).

Vanuit het opleidingsinstituut kan een lerende ondersteuning krijgen in het vinden van haar weg in het aanbod. Daar zitten de deskundigen die zowel bekend zijn met de gestelde normen en kwaliteitseisen als met de inhoud van al het aanbod. Een coach helpt de lerende met selecteren en kiezen.

 
Scenario 3: De wereld komt naar de lerende op school

De noodzaak om het leren in samenwerken met de omgeving is in 2030 herkend (van Wetering, & Desain, 2014). Dat betekent dat de lerende op het opleidingsinstituut de stakeholders ontmoet die de inhoud van de deskundigheidsbevordering mede vorm geven zoals vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, andere zorginstellingen in de eerste en tweede lijn, patiëntenverenigingen en mantelzorgorganisaties. Er worden door stake holders presentaties verzorgd. Zo komen vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen of verenigingen van mantelzorgers lesgeven op het instituut maar ook vinden er presentaties plaats van nieuwe apparatuur door bedrijven. Op die manier wordt de samenwerking met het bedrijfsleven verder geïntensiveerd (OCW, 2011). Simulatie onderwijs in de simulatie-unit is een belangrijk onderdeel van de deskundigheidsbevordering, zowel daar waar het gaat om technical skills als om samenwerkingsvaardigheden. Er worden hiervoor ‘human patient simulators’ gebruikt die door de industrie, als samenwerkingspartner van de zorg, ter beschikking worden gesteld.

Omdat de grens tussen eerste en tweede lijn steeds meer verschuift (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013) lopen medewerkers uit diverse settings stage bij elkaar om elkaars context te leren kennen. Uiteraard wordt veel van het onderwijs op het instituut daarnaast verzorgd door professionals uit de praktijk. Op deze manier worden de verwachtingen van de stake holders als het gaat om bekwaamheiden van lerenden gecombineerd met de deskundigheid van het opleidingsinstituut en de mogelijkheden van de industrie.

Het instituut biedt in dit scenario vooral een rijke leersetting door alle stake holders daar bij elkaar te brengen en de lerende alle faciliteiten te bieden om deskundig te blijven.

 

Scenario 4: De lerende gaat naar school en de school bepaalt wat zij leert van de wereld.


Het opleidingsinstituut heeft de zwakkere punten van de virtuele en door lerenden vormgegeven leeromgevingen (PLO’s) herkend en heeft gekozen voor meer standaardisatie, bewaken van kwaliteit en het aanbod (van Wetering, & Desain, 2014). Door als instituut de regie weer over te nemen is veel duidelijker geworden wat een zorgprofessional nodig heeft om haar beroep goed uit te kunnen oefenen, het opleidingsinstituut draagt zorg voor aanbod en bewaakt de kwaliteit daarvan. Het instituut geeft daarmee invulling aan de roep om meer kwaliteit zoals  bijvoorbeeld in het hoofdlijnenakkoord HBO is vastgelegd (OCW, 2011). De standaard is multi professioneel opleiden. Deskundigheidsbevordering vindt niet langer plaats per vakgebied maar altijd met meerdere professies tegelijk (RHA, 2015).

De lerende gaat naar het opleidingsinstituut en heeft daar de mogelijkheid om op diverse manieren te leren. Zo kan de lerende een training volgen in de simulatie-unit, maar ook vindt klassikaal onderwijs plaats over nieuwe ontwikkelingen in de zorg en is coaching en intervisie mogelijk. De docent bepaalt de inhoud van wat geleerd wordt en houdt hierbij rekening met de context en het niveau van de lerende (Biesta, 2009). Er is regelmatig overleg tussen de lerende en de docent om de inhoud die het instituut ter beschikking stelt af te stemmen op de context en het niveau van de lerende. Tenslotte heeft ook het informeel leren op de werkplek een belangrijke rol in het aanbod; op die manier verwerft de lerende vaardigheden die passen bij de context van de werkplek (Johnson, et al., 2013). Ondanks dat dit leren dus niet op het instituut plaatsvindt sturen en begeleiden docenten van het instituut dit werkplekleren.

De rol van het instituut in dit scenario is groot; zij bepalen inhoud en manier van leren, begeleiden de deskundigheidsbevordering en verzorgen het onderwijs ook inhoudelijk. 

Bronnen

Adviesaanvraag aan onderdeelcommissie Radboudumc Health Academy (2015). RHA (intern document)

Biesta, G. J. (2013). Giving teaching back to education: Responding to the disappearance of the teacher. Phenomenology & Practice, 6(2), 35-49.

Bussemaker, Jet. 2014. Kamerbrief over digitalisering van het hoger onderwijs. Rijksoverheid. 8 januari. Geopend op… van.. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/01/08/kamerbrief-over-digitalisering-van-het-hoger-onderwijs.htm



Jacobi, R., Jelgerhuis, H. & Woert, N. van der, (red). (2013). Trendrapport Open educational resources 2013. SIG OER. Utrecht

Johnson, L., Adams, S., Cummins, M., Estrada, V., Freeman, A., & Ludgate, H. (2013). The NMC horizon report: 2013 higher education edition.

Johnson, L., Adams, S., Becker, S., Estrada, V., and Freeman, A. (2015). NMC Horizon Report: 2015 Higher Education Edition. Austin, Texas: The New Media Consortium.

 Ministerie OCW. (2011). Hoofdlijnenakkoord OCW-HBO-raad. Den Haag: Ministerie OCW.

 Sharples, M., Adams, S., Ferguson, R., Gaved, M., McAndrew, P., Rienties, B., ... & Whitelock, D. (2014). Innovating Pedagogy 2014.

van Wetering, M., & Desain, C. (2014). Trendrapport 2014/2015, technologiekompas voor het onderwijs. 2e ed. Kennisnet, Leiden

 van Vliet, k. , Spieker, P.  & Kaljouw, M. (2013).  Innovatie zorgberoepen en opleidingen. Commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen, Diemen.


Helaas nog geen gebruik kunnen maken van de deskundigheid van mijn collega, vanwege tijdsdruk is het niet gelukt bij elkaar te komen. Ik ga Nicolai zeker nog benaderen voor quest 4!

Wat is nou mijn favoriete scenario? Ik denk toch scenario 3: 

De wereld komt naar de lerende op school


Voor de zorg is het enorm belangrijk om veel meer met alle stake holders in contact te komen en daarin optimaal van elkaar te leren en ook kennis te delen. Dat gebeurt nu nog heel weinig, en daar is een grote slag te slaan. Zeker als je kijkt naar ontwikkelingen als 'de patiënt centraal' en de participatiesamenleving waarin er meer van vrijwilligers en mantelzorgers verwacht wordt. Wij moeten leren deze belangrijke personen rond de patiënt beter in beeld te krijgen maar ook die zorg te faciliteren. Vandaar dat wij een MANTELZORGACADEMIE hebben opgezet: www.radboudumc.nl/mantelzorgacademie waar ik (toevallig) projectleider van ben!

Daarnaast; je kunt de ICT ontwikkelingen niet ontkennen, en ik denk echt niet dat al het onderwijs in 2030 in een fysieke school plaats gaat vinden. Het is echter wel zo dat de zorg traditioneel niet heel snel is als het gaat om het gebruik van ICT toepassingen in het leren. Er is een zekere mate van ICT ongeletterdheid die scenario 2 (waarin het netwerk ook centraal staat) niet erg waarschijnlijk maakt.

Daarom scenario 3: ik word daar persoonlijk wel blij van !

maandag 23 februari 2015

Peerfeedback vraag aan Pascal

Hallo Pascal,

Ik heb een eerste versie van mijn scenario's op mijn blog gezet. Het is rijp voor verstandige feedback van een peer!!

Zou jij ze willen doorlezen en willen kijken of de scenario's die ik beschrijf passen in het 'vakje' waarin ik ze heb geplaatst? Dus beschrijft het scenario inderdaad een  'virtuele autonome school',  of 'fysieke netwerkschool'?

Alvast hartelijk dank !!

Sharon

zondag 22 februari 2015

Peerfeedbackvraag aan JW

Hi Jan Willem,

Ook voor jou een vraag, ik hoop daarmee van jouw creatieve inslag gebruik te kunnen maken.

Vind je dat mijn scenario's voldoende onderscheidend zijn?  Dus lijken de scenario's die een gemeenschappelijke drijvende kracht hebben (bijvoorbeeld 'virtueel' of 'netwerk') niet te veel op elkaar?

Alvast bedankt !

groetjes,

Sharon

Eerste versie van uitgewerkte scenario's.

Poeh (of Pooh, ligt eraan hoe je het wil zeggen !). Dat viel nog niet mee. maar ik heb 4 scenario's waarvan ik denk dat ze passen bij mijn sector en voldoende innovatief zijn. Wat ik een klus vond is de onderbouwing te vinden in de enorme hoeveelheid bronnen die je kan vinden (meteen een leuk aandachtspunt bij het realiseren van een virtuele en netwerkschool). Daarnaast vind ik dat wat voor het ene scenario geldt, bijvoorbeeld kwaliteit en efficiëntie omhoog, ook voor andere gold. En hoe maak je dan voldoende onderscheidende scenario's? Ik ben dus begonnen met een stukje over de inhoud van het soort onderwijs dat in mijn sector belangrijk is, 4 centrale thema's waar we niet aan ontkomen (naast een aantal andere ontwikkelingen natuurlijk). Ik ben er nog niet tevreden over en wil aankomende week gebruiken om het verder aan te scherpen en feedback te vragen aan peers en aan een expert. Ik hoop dat laatste tenminste gerealiseerd te krijgen...





maandag 16 februari 2015

Scenario schrijven

Altijd een ander beeld gehad bij scenario's dan ik nu krijg tijdens LA 4. Ik dacht dan aan films, theater, TV: fantasie!! Wij gaan nu scenario's maken voor het onderwijs, in 2030. Iets heel anders, al hoewel ook daar blijkbaar wel fantasie een rol bij mag spelen. Maar dan onderbouwd door literatuur.
Ben om te beginnen maar eens naar mijn collega en trendwatcher beleidsadviseur Nicolai van de Woert gegaan. Die heeft me als het gaat om ontwikkelingen richting onze 'virtuele school' goed op weg geholpen. Ik heb het NMC Horizon Report, het rapport van de Open University  'innovating pedagogy' het trendrapport OER van SURF en het trendrapport van kennisnet! Als dat me niet op weg gaat helpen weet ik het ook niet meer. Meteen maar even doorgespeeld aan mijn mede Poohianen, die (helaas) met zijn allen carnaval aan het vieren zijn volgens mij. Ik krijg nog geen reactie op mijn vraag over rapporten die onze scenario's voor de 'fysieke school' zouden kunnen ondersteunen...

Maar even afwachten dan tot ze zijn bijgekomen....Toch maar begonnen met het beschrijven van de 4 scenario's voor mijn eigen sector.

zondag 8 februari 2015

Nieuwe dingen doen


Uitgaan van het concept dat leren ook bestaat uit nieuwe dingen doen, en proberen deze goed te doen, heb ik me aangemeld op Twitter. Heel aardig was dat de afgelopen dagen ik ook al volgers heb gekregen. vandaag ga ik mijn eerste bericht schrijven. eens kijken wat er gebeurt!!

Ook nieuw, op basis van de peerfeedback van Peter en Pascal heb ik mijn tekst voor Quest 1 aangepast: een nieuwe versie staat dus online op mijn blog. Leuk die peerfeedback; ik zie de groep echt aan de slag met leren met en van elkaar!
In het kader daarvan en naar aanleiding van het blog van Eric ben ik alvast wat gaan lezen over Biesta, daar hoor ik hem vaak over en ik wil wel eens weten wat daar achter zit. leuk!

Morgen weer verder !

donderdag 5 februari 2015


Peerfeedbackvraag aan Peter


Hi Peter,

Ik zou je willen vragen of je even naar mijn laatste blogbericht wil kijken over trends. Ik heb er een alinea in opgenomen over Pro Actief sturing geven aan de vraag van een lerenden. Ik heb het erin gezet omdat wij als Zorgacademie dat belangrijk vinden, maar vraag me af of dit in mijn blogbericht iets toevoegt. Of is het te ver van het onderwerp, te weten de trend 'partnerschap' af ?

Bedankt !

Peerfeedbackvraag aan Pascal

Ik ben door jou geïnspireerd geraakt Pascal, dus ik ga jou ook een vraag stellen over mijn laatste blog 'trends shaping the future'.

We hebben allebei naar partnerschap gekeken, alleen op een heel andere manier vanuit een andere setting. Ik miste bij jou een stukje over tegentrends, ik heb daar wel de laatste paragraaf aan gewijd. Zou je daar eens naar kunnen kijken? Het was best moeilijk dat te schrijven en ik vraag me af of ik nou duidelijk ben geweest in die paragraaf.

Bedankt weer!!





Quest 1: Trends shaping the future

Ik heb ervoor gekozen verder te duiken in de trend 'partnerschap'. In de gamehandleiding wordt dit 'School en de wijk' genoemd, maar dat is voor mijn setting een beetje te krap geformuleerd. Partnerschap past beter en sluit goed aan bij de onderwijskundige visie van de Radboud Zorgacademie, waarin 'partnerschap en co-creatie' een van de pijlers is. We hebben dit als volgt geformuleerd:

We zijn actief binnen het Radboudumc als organisatiecontext en interacteren met andere ziekenhuis- en onderwijsorganisaties. We zorgen ervoor dat de praktijk kan beschikken over voldoende gemotiveerde en competente zorgprofessionals en gebruiken co creatie om dit te realiseren.
(Radboud Zorgacademie, 2013)

De werkplek en de omgeving als partner
De Radboud Zorgacademie wil ervoor zorgen dat het onderwijs tot stand komt in samenwerking met partners. Dit betekent dat het onderwijs samen met deze partners ontwikkeld wordt en dat de instellingen samen verantwoordelijk zijn. Onder partners verstaat de Radboud Zorgacademie verschillende zorginstellingen, onderwijsinstellingen en branche organisaties. Waar wij binnen de sectie bijvoorbeeld erg veel nadruk op leggen is het betrekken van zowel de leer/werkomgeving van de lerenden als de lerenden zelf in het ontwerp van onze leertrajecten. Dat doen we o.a. omdat dat bewezen effect heeft op de transfer van het leren (o.a.Baldwin en Ford, 1988). De trajecten die wij ontwerpen en uitvoeren zijn voor professionals die het geleerde willen toepassen in een werkcontext. Daarom is transfer van belang.
Het uitvoeren van een leertraject, of het oefenen van vaardigheden, in een leersituaties die zoveel als mogelijk overeen komt met de werksituatie bevordert de transfer en vergroot voor lerenden ook de veronderstelde bruikbaarheid van een leertraject. De vertaalslag die de lerende moet maken van de leersituatie naar de werksituatie wordt zo klein mogelijk gehouden. Dat is een van de redenen waarom ‘on-the-job training’ een manier van trainen is die een hoge mate van transfer bereikt, mits juist uitgevoerd en ondersteund (Grossmann & Salas, 2011). Bovendien bevorderen realistische leersituaties het actieve leren, een manier van leren waarvan verondersteld wordt dat dit de aandacht van lerenden beter vasthoudt en bijdraagt aan transfer (Grossman & Salas, 2011). Reden genoeg dus om te zorgen dat we samen met een opdrachtgever die context goed in kaart brengen en onze leersituaties daarop aanpassen.  Partnerschap betekent voor ons ook het (h)erkennen van elkaars deskundigheid en het afbaken van verantwoordelijkheden. Dus verdelen wij in onze co-producties de taken: de werkplek is verantwoordelijk voor de inhoud en wij voor het onderwijskundige en logistieke deel van een traject. Daarnaast is 'de praktijk' medeverantwoordelijk voor het resultaat van een leertraject.

De lerende als partner
Ook lerenden worden gezien als partners in het geven van invulling aan het onderwijs. De leervragen van lerenden worden door de Radboud Zorgacademie centraal gesteld. Op deze manier wordt er rekening gehouden met hun leerbehoeftes. Door gebruik te maken van leervragen van studenten wordt de intrinsieke motivatie gestimuleerd (Ten Cate, Kusur-kar & Williams, 2011). Bij intrinsieke motivatie komt de motivatie uit de persoon zelf en is de motivatie niet gestimuleerd door externe factoren, zoals het krijgen van een beloning of het ontlopen van straf. Deci en Ryan (2000) hebben het proces rondom het vergroten van de intrinsieke motivatie de Self-determination Theory (SDT) genoemd. Door het gebruik van leervragen van lerenden wordt hun autonomie vergroot. Het vergroten van de autonomie leidt tot een verhoogde intrinsieke motivatie om te studeren. Dit kan weer leiden tot betere schoolse prestaties (Ten Cate et al., 2011).


Pro actief sturing geven
Aanvullend op bovengenoemde invulling van partnerschap ziet de Radboud Zorgacademie het ook als haar taak om gevraagd en ongevraagd proactief sturing te geven aan onderwijsvragen. Het is een manier om vanuit het onderwijs, en op basis van de kennis en ervaring die je hebt opgebouwd, het partnerschap vorm te geven. Op het moment dat de Radboud Zorgacademie signaleert dat er behoefte is aan bepaalde kennis of vaardigheden zal de Zorgacademie dit aangeven om een groep bewust te maken van deze behoefte. De taak van de Zorgacademie kan worden omschreven als het bewust onbekwaam maken van lerenden, zodat leervragen opgeroepen kunnen worden. ‘Bewust onbekwaam’ is de tweede stap in de vier stadia van leren van Maslow (1954). Dit model (Figuur 1) gaat er vanuit dat een lerende vier stadia doorloopt wanneer een nieuwe vaardigheid of competentie wordt aangeleerd. In de eerste fase is iemand onbewust onbekwaam. Hierbij is de lerende zich niet bewust van wat hij of zij niet kan of weet. In het volgende stadium wordt de lerende zich bewust van een hiaat in zijn of haar kennis of vaardigheden. Als iemand bewust bekwaam wordt beschikt hij of zij over de juiste kennis of vaardigheden, maar vraagt het een grote mate van concentratie om hier gebruik van te maken. In het laatste stadium, onbewust bekwaam, kan de lerende zonder al te veel moeite gebruik maken van de kennis of vaardigheden. De onzekerheid die voor de lerende meekomt bij het bereiken bij fase twee, bewust onbekwaam zijn, kan een grote motivatie zijn voor het leerproces.




Tegentrend
Het is moeilijk een tegentrend te benoemen, en vooral om daar literatuur als onderbouwing bij te vinden. Je zou kunnen zeggen dat tegenover 'partnerschap' een ontwikkeling staat waarin het onderwijs zich los van de samenleving zelfstandig ontwikkelt. De school 'weet wat nodig is', hoe dat het beste geleerd kan worden en is de deskundige; de school als autonoom instituut.
Uit eigen ervaring weet ik dat er lastige kanten aan partnerschap zitten, dardoor kun je soms verlangen naar de tijd waarin de 'school' bepaalt! Samenwerken veronderstelt een gedeelde waardering voor elkaar en het delen van verantwoordelijkheid, zoals ik ook hierboven beschreef. In de praktijk zie ik vaak dat partners denken (en soms ook zeggen) dat zij net zo goed verstand hebben van onderwijs. Ze hebben zelf immers ook op school gezeten! Dat maakt het soms lastig om onderwijskundig belangrijke zaken, die het leren en het effect van een traject bevorderen, voor het voetlicht te krijgen. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan extra tijd op de afdeling voor het werken aan doelen waarmee een leertraject geborgd wordt. We krijgen dan te horen dat wij niet zo moeilijk moeten doen. Andersom hebben onderwijskundigen ook een bepaalde arrogantie waardoor zij kunnen uitstralen (wij natuurlijk niet!) dat zij het altijd beter weten. Heel irritant en ook niet bevorderlijk voor de samenwerking. Ook aan het partnerschap met de lerenden zitten haken en ogen. Als je een lerende mede verantwoordelijk wilt maken voor het eigen leerproces veronderstel je een bepaalde mate van zelfgestuurd leren. Helaas is dat niet altijd aanwezig, of kunnen wij niet goed genoeg onderbouwen waarom het belangrijk is.

Een andere factor die partnerschap (buiten de eigen instelling) belemmert is het feit dat kennis moeilijk gedeeld wordt. Vaak wordt dat ingegeven door financiële motieven. Het heeft schaarse middelen (lees geld en tijd) gekost om kennis te generen en op te bouwen, als je dat deelt ben je het kwijt, en wat gaat die ander ermee doen ? De Zorgacademie gaan hier nu toch mee experimenteren o.a. omdat wij vinden dat wij een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om dat te delen wat goed is voor de zorg in Nederland. De middelen die wij hebben gekregen om kennis op te bouwen komen vanuit de samenleving, de resultaten daarvan moeten dus ook, als het even kan, met de samenleving gedeeld worden.

Samenvattend: de trend 'partnerschap' is interessant en belangrijk, je ontkomt er ook niet meer aan en dat willen we ook niet in onze sector. Het vraagt van alle partijen openheid, inzet, waardering van elkaar en het oprecht willen delen van kennis.

Literatuur


Baldwin, T. T., & Ford, J. K.  (1988). Transfer of training: A review and directions for future research. Personnel Psychology, 41(1), 63-105.
Cate, O.Th.J. ten, Kusurkar, R.A. & Williams, G.C. (2011). How self-determination theory can assist our under-standing of the teaching and learning processes in medical education. AMEE Guide No. 59. Medical Teacher, 33, 961-973.

 

Grossman, R., & Salas, E. (2011). The transfer of training: what really matters. International Journal  of Training and Development, 15(2), 103-120.
Maslow, A.H. (1954). Motivation and personality. New York: Harper & Brothers.
 

Radboud Zorgacademie Radboudumc. (2013). De onderwijskundige kleur van de Radboud Zorgacademie [onuitgegeven intern document]. Nijmegen: Radboudumc

Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitations of intrinsic motivation social development and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78.






 

 
 

zondag 1 februari 2015

Verschuivende grenzen: Boundary Crossing


Afgelopen week kwam ik op het blog van LA 4 een verwijzing tegen naar het concept 'boundary crossing'. Dat leek me een interessant concept, al is het maar omdat ik vermoed dat er in de LA wel een paar boudaries 'gecrossed' moeten worden door de opdrachten die we krijgen en de verschillende settings waarin iedereen werkt. Ik heb dus een beginnetje gemaakt om dat verder te onderzoeken. Ik heb hiervoor het artikel van Akkerman en Bakker (2012) in Onderwijs en Opleiden gebruikt. In dat artikel doen zij verslag van hun literatuurstudie naar dit onderwerp.

Binnen en tussen organisatie bestaan er grenzen. Grenzen worden door Akkerman en Bakker (2012) gedefinieerd als 'sociale en culturele verschillen tussen praktijken die leiden tot problemen in handelingen of de interactie'. Zijn er problemen dan is er sprake van discontinuïteit. Die grenzen hebben een functie (geven identiteit en maken duidelijk waar je voor staat) en worden vaak veroorzaakt door specialisatie. Dat laatste speelt zeker bij ons; een universitair medisch centrum, veel subspecialismen en daardoor subafdelingen en daarnaast bureaucratisch, groot en log (is mijn mening!).
Grenzen zijn hinderlijk als ze de communicatie en samenwerking belemmeren. Ook daarvan zijn er in onze instelling voldoende voorbeelden zichtbaar; afdelingen communiceren onderling niet goed waardoor dat voor patiënten nadelige gevolgen kan hebben. Dat is wel iets waar de laatste jaren hard aan gewerkt wordt. Nog dichterbij: er is op dit moment een Zorgacademie voor opleiding en ontwikkeling van zorgprofessionals, en een instituut voor opleiding van wetenschappelijk opgeleiden (arts, tandarts). Samenwerking tussen beiden instituten is er nauwelijks, waardoor kennis niet gedeeld wordt en processen die over de 'grenzen' gaan moeizaam verlopen. In maart a.s gaan we fuseren. Wij als sectie Bijscholing gaan dan samen met de Bijscholing voor artsen en tandartsen. Er is sprake van een groot verschil in cultuur, visie en werkwijzen. In dit voorbeeld is boundary crossing  noodzakelijk: het opheffen van ontstane discontinuïteit door het leggen van verbindingen tussen partkijken en het vinden van één manier van handelen en communiceren. Een ander voorbeeld: als ik kijk naar mijn reflectie op het college van Anje dan speelt bij het zoeken van nieuwe samenwerkingsverbanden binnen en buiten de organisatie boundary crossing ook een rol.
Uit het onderzoek van Akkerman en Bakker blijkt dat boundary crossing een groot leerpotentieel heeft. Het leren ontslaat op het snijvlak van de grenzen en kan diverse vormen aannemen (identificatie, coördinatie, reflectie en transformatie). Tenslotte spelen bij boundary crossing de bruggenbouwers (tussen de 'organisaties' en over de grenzen heen) en boundary objects een rol.

Na deze kleine oriëntatie vind ik het een heel interessant, en bruikbaar, concept. Ik hoop hiermee in dit LA verder te kunnen gaan.

Bron: Akkerman, S., & Bakker, A. (2012). Het leerpotentieel van grenzen. Opleiding & Ontwikkeling, 2012 (1), pp15-19.

Reflectie op het college van Anje Ros; Toekomst en Trends.


Afgelopen maandag zijn we het LA begonnen met een inleidend college over toekomst en trends. Anje onderscheidt maatschappelijke trends die gevolgen hebben voor onderwijs en onderwijskundige trends. Misschien is dit een goede plek om even een toelichting te geven op mijn werksetting, omdat de vertaling van trends er bij mij anders uitziet dan bij mijn leergroepgenoten.
Ik werk bij de sectie Bijscholing van de Radboud Zorgacademie (vanaf maart: Radboudumc Health Academy, we zitten in een fusieproces). Wij verzorgen standaard en maatwerk leertrajecten (training, cursus, coaching, intervisie, leren op de werkplek, advies) voor interne en externe klanten. Wij zijn een klein team van 5 collega's. De opleiders van de sectie ontwerpen en ontwikkelen het aanbod, onderhouden contacten met de klant, doen acquisitie en evalueren aanbod. De trainingen worden bijna altijd verzorgd door inhoudelijk deskundige gastdocenten. Ik ben de senior opleider, dat betekent dat ik verantwoordelijk ben voor de innovaties, ondersteunen van het hoofd, maken van beleid en de ziekenhuisbrede adviezen en trajecten over deskundigheidsbevordering voor zorgprofessionals. Er zijn geen landelijke kaders of richtlijnen en het ministerie (wij vallen ook nog eens (vooral) onder gezondheidszorg en niet onder onderwijs) schrijft geen nota's over hoe bijscholing eruit moet zien. Maatschappelijk trends hebben daarom voor ons andere, en soms geen of moeilijk te vertalen, gevolgen.

Terug naar het college van Anje. Zij benoemde de volgende maatschappelijk trends;
  1. Globalisering; Nederland als kennissamenleving en 21st century skills
  2. Gelijkheid en ongelijkheid
  3. Duurzaamheid
  4. Nieuwe media
  5. Integratie
  6. Demografische ontwikkelingen.
De onderwijskundige trends waren de volgende:
  1. Partnerschap in het onderwijs
  2. Burgerschapsonderwijs
  3. Beta techniek
  4. 21st century skills
  5. Passend onderwijs
  6. Excellentie
Na een analyse denk ik dat maatschappelijke trend 1, 4 en 6 gevolgen hebben voor onze werksetting. Wij hebben in onze programma's nog niet bewust aandacht voor 21st century skills, er is extra aandacht nodig voor het gebruiken van nieuwe media in ons onderwijs (zoals werken met open source, kennisdelen via creative commons, digitaal leren). Tenslotte is het een uitdaging om te kijken hoe wij met onze programma's zowel onze klanten als onszelf vitaal en langer aan het werk houden. Ik maak daar een bruggetje naar een concept als een Leven Lang leren, dat nog onvoldoende uit de verf komt bij ons. Uiteraard zijn er daarnaast veel ontwikkelingen in de gezondheidszorg die een grote invloed hebben op de inhoud van onze programma's, maar die ontwikkelingen laat ik even buiten deze reflectie.
Als het gaat om de onderwijskundige trends herken ik vooral het belang van trend 1 en 4. Wij zoeken al actief naar partners binnen onze organisatie, maar we willen dat graag versterken. Partners buiten onze organisatie hebben wij als sectie nog niet voldoende in beeld. Niet voor niets in 'partnerschap en co-creatie' een van de pijlers onder onze visie!!

Voor dit LA worden deze trends aangegeven:
1. Nieuwe media
2. Duurzaamheid
3. Ongelijkheid
4. School en de wijk
5. Veiligheid en radicalisering
6. Veranderende levenswijzen

Van dat lijstje zijn voor dit LA de belangrijke trends dus voor mij: het gebruik van nieuwe media in ons onderwijs (incl 21st century skills), veranderende levenswijzen en dan m.n. een ontwikkeling zoals Leven Lang leren (vitaal en langer aan het werk blijven) en partnerschap in het onderwijs (in het lijstje hierboven wat 'smaller' gedefinieerd als 'School en de wijk').

woensdag 28 januari 2015

(Kern)kwaliteiten

Een nieuw blog, een nieuw LA (het laatste ??) en een nieuw onderwerp: trends!!

We zijn begonnen met elkaar kwaliteiten toekennen. Ik kreeg de kaartjes voor kritisch denken (vaak...), samenwerken en communiceren. Bij kritisch denken hoort ook probleem oplossend denken, al stond dat niet op het kaartje, ik heb dat wel als eigenschap. Binnen ons leerteam hebben gelukkig ook die 21se century skills waarin ik mezelf minder goed vind, namelijk ICT geletterdheid en creativiteit. Met zijn allen gaan we er dus zeker komen want we zijn een mooie mix.
Wat anderen me verder toekennen als kwaliteiten zijn; analytisch, doelgericht, helder in mijn communicatie, gedisciplineerd en zorgzaam. Daar staan ook minder goede eigenschappen tegenover zoals star, dominant en betuttelend. Met die eigenschappen ben ik aan de gang gegaan met kernkwaliteiten volgens Orffman. Dat heeft o.a. de volgende twee kwadranten opgeleverd:


 
Ik heb er twee gekozen waarin een 21ste century skill is uitgewerkt die ik wel heb, en een die ik graag zou willen hebben (mijn uitdaging!).

Alles zo op een rij zettend denk ik dat ik voldoende eigenschappen heb om dit LA met succes in de leergroep uit te voeren. Ik heb weinig ervaring met de werkvorm van dit LA, maar vind het wel heel leuk bedacht en mooi uitgewerkt, dus dat komt wel goed. Waar ik wel ervaring in heb is plannen en organiseren, en het opzetten van workshops/thema avonden etc. En dat kan weer handig zijn voor The Challenge.
Ik heb nog weinig kennis over de onderwijskundige trends, ik kom nu niet veel verder dan vage kennis over passend onderwijs (de afgelopen 1,5 opgedaan van de anderen in de Master) en Excellentie. Gelukkig is leergierigheid ook een kwaliteit van me, dus dat moet goed komen. De maatschappelijke trends zijn al wat meer bij me bekend.
De reden dat ik niet veel herken van de onderwijskundige trends is dat ik in een andere setting werk dan mijn collega studenten. Thema's als burgerschapsonderwijs, Beta techniek, passend onderwijs en excellentie speelt gewoon helemaal niet bij ons. Het wordt een uitdaging om dat alles passend naar mijn werksetting te vertalen (passend onderwijs, maar dan op mijn manier !).