Met behulp van de feedback van mijn mede Poohianen ben ik tot vier mooie scenario's gekomen.
Scenario’s vertaald naar deskundigheidsbevordering van zorgprofessionals in
2030
Inleiding
Onafhankelijk van het scenario is
deskundigheidsbevordering in 2030 een doorlopend proces dat start vanaf
diplomering. Een lerende geeft hiermee vorm aan een Leven Lang Leren en draagt
er zo aan bij dat ze langer en langer vitaal aan het werk kan blijven. De
overheid stimuleert dit met een uitgebreid pakket waarin o.a. via een
vouchersysteem lerenden zichzelf kunnen blijven ontwikkelen (Rijksoverheid,
2014). De manier waarop dit vormgegeven
wordt kan wel verschillen zoals blijkt uit onderstaande scenario’s.
Scenario 1: De school bepaalt het aanbod en de lerende leert in de virtuele
wereld.
Vanuit het opleidingsinstituut
wordt de lerende een aanbod aan virtuele leermiddelen ter beschikking gesteld
waarmee de lerende haar deskundigheidsbevordering vorm geeft. Dat is wel nodig,
want er is zoveel aanbod dat een lerende zelf haar weg niet kan vinden en dat
heeft een nadelige invloed op de effectiviteit van het onderwijs. Dat is
ongewenst, ook het rendement van dit soort onderwijs moet omhoog (OCW, 2011).
Er wordt gebruik gemaakt van Open
Educational resources waarbij het opleidingsinstituut een arrangement van open leermaterialen
aanbiedt. Daarnaast staan er MOOC’s ter beschikking waarvan professionals via hun eigen device gebruik kan
maken (Jacobi, Jelgerhuis, & Woert, N. van der, 2013). De inhoud van die MOOC’s worden vooraf
gescreend op kwaliteit door het opleidingsinstituut. Een lerende krijgt vanuit
het opleidingsinstituut een ‘badge’ als zij een (deel van een virtueel)
leerarrangement heeft afgesloten. Dit met de gedachte dat deze badges ook
bijdragen aan het verhogen van de motivatie van lerenden (Innovating pedagogy,
2013). Tenslotte maken simulatietraininingen onderdeel uit van het (virtuele)
aanbod van het opleidingsinstituut. Zo kan er via een verbinding meegekeken
worden bij simulatietrainingen en de debriefing ervan in de simulatie unit van
het ziekenhuis. Deze meekijk- en oefenmomenten worden in een virtual classroom
voor- en nabesproken met een trainer zodat er optimaal leerrendement ontstaat.
Het opleidingsinstituut heeft dus een rol als aanbieder van inhoud, facilitator
van leermogelijkheden (waaronder ICT voorzieningen) en coach van de lerende die
zijn weg zoekt in het aanbod. Tenslotte draagt het instituut zorg voor bewaking
van kwaliteit, accreditatie en het toekennen van badges.
Scenario 2: De lerende gaat naar de wereld en leert in ontmoeting
Er is veel veranderd in de zorg,
o.a. doordat er steeds minder zorg in instellingen wordt gegeven, en steeds
meer in de eerste lijn (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013). Daarnaast is
de patiënt en zijn naaste een volwaardige partner in de zorg geworden (Radboudumc,
z.j.). Alle stake holders in de zorg (beroepsverenigingen, zorginstellingen,
patiëntenverenigingen en de overheid) hebben daarom beroepsnormen vastgesteld
en deze vormen het kader van de deskundigheidsbevordering. Daarbinnen maakt een
lerende haar eigen keuze uit het virtuele aanbod. De kwaliteit van het aanbod
wordt door de stake holders bewaakt.
De lerende zoekt haar weg door dit
aanbod door te werken aan (door de stake holders geformuleerde)
praktijkgerichte opdrachten in een realistische virtuele setting. In Open
educational resources maakt de lerende gebruik van losse open leerobjecten die
aangeboden worden door binnen- en buitenlandse aanbieders van
deskundigheidsbevordering (Jacobi, et al. 2013). Daarnaast maakt de lerende
gebruik van leren via augmented reality zoals toepassingen als Google Glass
waarmee meegekeken kan worden bij onderzoek en ingrepen bij patiënten over de
hele wereld. Serious gaming vormt een belangrijke manier om zowel technical als
none technical skills te oefenen. In de games kan de lerende andere
professionals van over de hele wereld ontmoeten en daarvan leren. Dat is een
van de vormen van netwerkleren die ter beschikking staat; de lerenden zoekt en
vindt zelf partners in Communities of Practice rond inhoudelijke thema’s (Jacobi,
et al., 2013). De lerende heeft de beschikking over een digitale leer- en
werkomgeving (personalized learning enviroment) die zij zelf inricht en waarmee
zij met de stake holders en aanbieders van de leermogelijkheden communiceert
(van Wetering & Desain, 2014). Zo
wordt vormgegeven aan het zogenaamde seamless learning (Innovating pedagogy,
2013).
Vanuit het opleidingsinstituut kan
een lerende ondersteuning krijgen in het vinden van haar weg in het aanbod.
Daar zitten de deskundigen die zowel bekend zijn met de gestelde normen en
kwaliteitseisen als met de inhoud van al het aanbod. Een coach helpt de lerende
met selecteren en kiezen.
Scenario 3: De wereld komt naar de lerende op school
De noodzaak om het leren in
samenwerken met de omgeving is in 2030 herkend (van Wetering, & Desain,
2014). Dat betekent dat de lerende op het opleidingsinstituut de stakeholders
ontmoet die de inhoud van de deskundigheidsbevordering mede vorm geven zoals
vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, andere zorginstellingen in de
eerste en tweede lijn, patiëntenverenigingen en mantelzorgorganisaties. Er
worden door stake holders presentaties verzorgd. Zo komen vertegenwoordigers
van patiëntenverenigingen of verenigingen van mantelzorgers lesgeven op het
instituut maar ook vinden er presentaties plaats van nieuwe apparatuur door
bedrijven. Op die manier wordt de samenwerking met het bedrijfsleven verder
geïntensiveerd (OCW, 2011). Simulatie onderwijs in de simulatie-unit is een
belangrijk onderdeel van de deskundigheidsbevordering, zowel daar waar het gaat
om technical skills als om samenwerkingsvaardigheden. Er worden hiervoor ‘human
patient simulators’ gebruikt die door de industrie, als samenwerkingspartner
van de zorg, ter beschikking worden gesteld.
Omdat de grens tussen eerste en tweede
lijn steeds meer verschuift (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013) lopen
medewerkers uit diverse settings stage bij elkaar om elkaars context te leren
kennen. Uiteraard wordt veel van het onderwijs op het instituut daarnaast
verzorgd door professionals uit de praktijk. Op deze manier worden de
verwachtingen van de stake holders als het gaat om bekwaamheiden van lerenden
gecombineerd met de deskundigheid van het opleidingsinstituut en de
mogelijkheden van de industrie.
Het instituut biedt in dit scenario
vooral een rijke leersetting door alle stake holders daar bij elkaar te brengen
en de lerende alle faciliteiten te bieden om deskundig te blijven.
Scenario 4: De lerende gaat naar school en de school bepaalt wat zij leert
van de wereld.
Het opleidingsinstituut heeft de
zwakkere punten van de virtuele en door lerenden vormgegeven leeromgevingen
(PLO’s) herkend en heeft gekozen voor meer standaardisatie, bewaken van
kwaliteit en het aanbod (van Wetering, & Desain, 2014). Door als instituut de
regie weer over te nemen is veel duidelijker geworden wat een zorgprofessional
nodig heeft om haar beroep goed uit te kunnen oefenen, het opleidingsinstituut
draagt zorg voor aanbod en bewaakt de kwaliteit daarvan. Het instituut geeft
daarmee invulling aan de roep om meer kwaliteit zoals bijvoorbeeld in het hoofdlijnenakkoord HBO is
vastgelegd (OCW, 2011). De standaard is multi professioneel opleiden.
Deskundigheidsbevordering vindt niet langer plaats per vakgebied maar altijd
met meerdere professies tegelijk (RHA, 2015).
De lerende gaat naar het
opleidingsinstituut en heeft daar de mogelijkheid om op diverse manieren te
leren. Zo kan de lerende een training volgen in de simulatie-unit, maar ook
vindt klassikaal onderwijs plaats over nieuwe ontwikkelingen in de zorg en is
coaching en intervisie mogelijk. De docent bepaalt de inhoud van wat geleerd
wordt en houdt hierbij rekening met de context en het niveau van de lerende
(Biesta, 2009). Er is regelmatig overleg tussen de lerende en de docent om de
inhoud die het instituut ter beschikking stelt af te stemmen op de context en
het niveau van de lerende. Tenslotte heeft ook het informeel leren op de
werkplek een belangrijke rol in het aanbod; op die manier verwerft de lerende
vaardigheden die passen bij de context van de werkplek (Johnson, et al., 2013).
Ondanks dat dit leren dus niet op het instituut plaatsvindt sturen en
begeleiden docenten van het instituut dit werkplekleren.
De rol van het instituut in dit
scenario is groot; zij bepalen inhoud en manier van leren, begeleiden de
deskundigheidsbevordering en verzorgen het onderwijs ook inhoudelijk.
Bronnen
Adviesaanvraag aan
onderdeelcommissie Radboudumc Health Academy (2015). RHA (intern document)
Biesta, G. J. (2013). Giving teaching back to education: Responding to
the disappearance of the teacher. Phenomenology & Practice, 6(2),
35-49.
Jacobi, R., Jelgerhuis, H. & Woert,
N. van der, (red). (2013).
Trendrapport Open educational resources 2013. SIG OER. Utrecht
Johnson, L., Adams, S., Cummins, M., Estrada, V., Freeman, A., &
Ludgate, H. (2013). The NMC horizon report: 2013 higher education edition.
Johnson, L., Adams, S., Becker, S., Estrada, V., and Freeman,
A. (2015). NMC Horizon
Report: 2015 Higher Education Edition. Austin, Texas: The New Media Consortium.
Ministerie
OCW. (2011). Hoofdlijnenakkoord OCW-HBO-raad. Den Haag: Ministerie OCW.
Sharples, M., Adams, S., Ferguson, R., Gaved, M., McAndrew, P.,
Rienties, B., ... & Whitelock, D. (2014). Innovating Pedagogy 2014.
van Wetering, M., & Desain, C. (2014).
Trendrapport 2014/2015, technologiekompas voor het onderwijs. 2e ed.
Kennisnet, Leiden
van Vliet, k. , Spieker, P. & Kaljouw, M. (2013). Innovatie
zorgberoepen en opleidingen. Commissie Innovatie Zorgberoepen en
Opleidingen, Diemen.
Helaas nog geen gebruik kunnen maken van de deskundigheid van mijn collega, vanwege tijdsdruk is het niet gelukt bij elkaar te komen. Ik ga Nicolai zeker nog benaderen voor quest 4!
Wat is nou mijn favoriete scenario? Ik denk toch scenario 3:
De wereld komt naar de lerende op school
Voor de zorg is het enorm belangrijk om veel meer met alle stake holders in contact te komen en daarin optimaal van elkaar te leren en ook kennis te delen. Dat gebeurt nu nog heel weinig, en daar is een grote slag te slaan. Zeker als je kijkt naar ontwikkelingen als 'de patiënt centraal' en de participatiesamenleving waarin er meer van vrijwilligers en mantelzorgers verwacht wordt. Wij moeten leren deze belangrijke personen rond de patiënt beter in beeld te krijgen maar ook die zorg te faciliteren. Vandaar dat wij een MANTELZORGACADEMIE hebben opgezet:
www.radboudumc.nl/mantelzorgacademie waar ik (toevallig) projectleider van ben!
Daarnaast; je kunt de ICT ontwikkelingen niet ontkennen, en ik denk echt niet dat al het onderwijs in 2030 in een fysieke school plaats gaat vinden. Het is echter wel zo dat de zorg traditioneel niet heel snel is als het gaat om het gebruik van ICT toepassingen in het leren. Er is een zekere mate van ICT ongeletterdheid die scenario 2 (waarin het netwerk ook centraal staat) niet erg waarschijnlijk maakt.
Daarom scenario 3: ik word daar persoonlijk wel blij van !