maandag 2 maart 2015

Toekomstscenario's voor deskundigheidsbevordering van zorgprofessionals

Met behulp van de feedback van mijn mede Poohianen ben ik tot vier mooie scenario's gekomen.

Scenario’s vertaald naar deskundigheidsbevordering van zorgprofessionals in 2030

Inleiding


Onafhankelijk van het scenario is deskundigheidsbevordering in 2030 een doorlopend proces dat start vanaf diplomering. Een lerende geeft hiermee vorm aan een Leven Lang Leren en draagt er zo aan bij dat ze langer en langer vitaal aan het werk kan blijven. De overheid stimuleert dit met een uitgebreid pakket waarin o.a. via een vouchersysteem lerenden zichzelf kunnen blijven ontwikkelen (Rijksoverheid, 2014).  De manier waarop dit vormgegeven wordt kan wel verschillen zoals blijkt uit onderstaande scenario’s.

Scenario 1: De school bepaalt het aanbod en de lerende leert in de virtuele wereld.


Vanuit het opleidingsinstituut wordt de lerende een aanbod aan virtuele leermiddelen ter beschikking gesteld waarmee de lerende haar deskundigheidsbevordering vorm geeft. Dat is wel nodig, want er is zoveel aanbod dat een lerende zelf haar weg niet kan vinden en dat heeft een nadelige invloed op de effectiviteit van het onderwijs. Dat is ongewenst, ook het rendement van dit soort onderwijs moet omhoog (OCW, 2011).

Er wordt gebruik gemaakt van Open Educational resources waarbij het opleidingsinstituut een arrangement van open leermaterialen aanbiedt. Daarnaast staan er MOOC’s ter beschikking waarvan  professionals via hun eigen device gebruik kan maken (Jacobi, Jelgerhuis, & Woert, N. van der,  2013). De inhoud van die MOOC’s worden vooraf gescreend op kwaliteit door het opleidingsinstituut. Een lerende krijgt vanuit het opleidingsinstituut een ‘badge’ als zij een (deel van een virtueel) leerarrangement heeft afgesloten. Dit met de gedachte dat deze badges ook bijdragen aan het verhogen van de motivatie van lerenden (Innovating pedagogy, 2013). Tenslotte maken simulatietraininingen onderdeel uit van het (virtuele) aanbod van het opleidingsinstituut. Zo kan er via een verbinding meegekeken worden bij simulatietrainingen en de debriefing ervan in de simulatie unit van het ziekenhuis. Deze meekijk- en oefenmomenten worden in een virtual classroom voor- en nabesproken met een trainer zodat er optimaal leerrendement ontstaat. Het opleidingsinstituut heeft dus een rol als aanbieder van inhoud, facilitator van leermogelijkheden (waaronder ICT voorzieningen) en coach van de lerende die zijn weg zoekt in het aanbod. Tenslotte draagt het instituut zorg voor bewaking van kwaliteit, accreditatie en het toekennen van badges.

 

Scenario 2: De lerende gaat naar de wereld en leert in ontmoeting


Er is veel veranderd in de zorg, o.a. doordat er steeds minder zorg in instellingen wordt gegeven, en steeds meer in de eerste lijn (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013). Daarnaast is de patiënt en zijn naaste een volwaardige partner in de zorg geworden (Radboudumc, z.j.). Alle stake holders in de zorg (beroepsverenigingen, zorginstellingen, patiëntenverenigingen en de overheid) hebben daarom beroepsnormen vastgesteld en deze vormen het kader van de deskundigheidsbevordering. Daarbinnen maakt een lerende haar eigen keuze uit het virtuele aanbod. De kwaliteit van het aanbod wordt door de stake holders bewaakt.

De lerende zoekt haar weg door dit aanbod door te werken aan (door de stake holders geformuleerde) praktijkgerichte opdrachten in een realistische virtuele setting. In Open educational resources maakt de lerende gebruik van losse open leerobjecten die aangeboden worden door binnen- en buitenlandse aanbieders van deskundigheidsbevordering (Jacobi, et al. 2013). Daarnaast maakt de lerende gebruik van leren via augmented reality zoals toepassingen als Google Glass waarmee meegekeken kan worden bij onderzoek en ingrepen bij patiënten over de hele wereld. Serious gaming vormt een belangrijke manier om zowel technical als none technical skills te oefenen. In de games kan de lerende andere professionals van over de hele wereld ontmoeten en daarvan leren. Dat is een van de vormen van netwerkleren die ter beschikking staat; de lerenden zoekt en vindt zelf partners in Communities of Practice rond inhoudelijke thema’s (Jacobi, et al., 2013). De lerende heeft de beschikking over een digitale leer- en werkomgeving (personalized learning enviroment) die zij zelf inricht en waarmee zij met de stake holders en aanbieders van de leermogelijkheden communiceert (van Wetering & Desain, 2014).  Zo wordt vormgegeven aan het zogenaamde seamless learning (Innovating pedagogy, 2013).

Vanuit het opleidingsinstituut kan een lerende ondersteuning krijgen in het vinden van haar weg in het aanbod. Daar zitten de deskundigen die zowel bekend zijn met de gestelde normen en kwaliteitseisen als met de inhoud van al het aanbod. Een coach helpt de lerende met selecteren en kiezen.

 
Scenario 3: De wereld komt naar de lerende op school

De noodzaak om het leren in samenwerken met de omgeving is in 2030 herkend (van Wetering, & Desain, 2014). Dat betekent dat de lerende op het opleidingsinstituut de stakeholders ontmoet die de inhoud van de deskundigheidsbevordering mede vorm geven zoals vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, andere zorginstellingen in de eerste en tweede lijn, patiëntenverenigingen en mantelzorgorganisaties. Er worden door stake holders presentaties verzorgd. Zo komen vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen of verenigingen van mantelzorgers lesgeven op het instituut maar ook vinden er presentaties plaats van nieuwe apparatuur door bedrijven. Op die manier wordt de samenwerking met het bedrijfsleven verder geïntensiveerd (OCW, 2011). Simulatie onderwijs in de simulatie-unit is een belangrijk onderdeel van de deskundigheidsbevordering, zowel daar waar het gaat om technical skills als om samenwerkingsvaardigheden. Er worden hiervoor ‘human patient simulators’ gebruikt die door de industrie, als samenwerkingspartner van de zorg, ter beschikking worden gesteld.

Omdat de grens tussen eerste en tweede lijn steeds meer verschuift (van Vliet, Spieker, & Kaljouw, 2013) lopen medewerkers uit diverse settings stage bij elkaar om elkaars context te leren kennen. Uiteraard wordt veel van het onderwijs op het instituut daarnaast verzorgd door professionals uit de praktijk. Op deze manier worden de verwachtingen van de stake holders als het gaat om bekwaamheiden van lerenden gecombineerd met de deskundigheid van het opleidingsinstituut en de mogelijkheden van de industrie.

Het instituut biedt in dit scenario vooral een rijke leersetting door alle stake holders daar bij elkaar te brengen en de lerende alle faciliteiten te bieden om deskundig te blijven.

 

Scenario 4: De lerende gaat naar school en de school bepaalt wat zij leert van de wereld.


Het opleidingsinstituut heeft de zwakkere punten van de virtuele en door lerenden vormgegeven leeromgevingen (PLO’s) herkend en heeft gekozen voor meer standaardisatie, bewaken van kwaliteit en het aanbod (van Wetering, & Desain, 2014). Door als instituut de regie weer over te nemen is veel duidelijker geworden wat een zorgprofessional nodig heeft om haar beroep goed uit te kunnen oefenen, het opleidingsinstituut draagt zorg voor aanbod en bewaakt de kwaliteit daarvan. Het instituut geeft daarmee invulling aan de roep om meer kwaliteit zoals  bijvoorbeeld in het hoofdlijnenakkoord HBO is vastgelegd (OCW, 2011). De standaard is multi professioneel opleiden. Deskundigheidsbevordering vindt niet langer plaats per vakgebied maar altijd met meerdere professies tegelijk (RHA, 2015).

De lerende gaat naar het opleidingsinstituut en heeft daar de mogelijkheid om op diverse manieren te leren. Zo kan de lerende een training volgen in de simulatie-unit, maar ook vindt klassikaal onderwijs plaats over nieuwe ontwikkelingen in de zorg en is coaching en intervisie mogelijk. De docent bepaalt de inhoud van wat geleerd wordt en houdt hierbij rekening met de context en het niveau van de lerende (Biesta, 2009). Er is regelmatig overleg tussen de lerende en de docent om de inhoud die het instituut ter beschikking stelt af te stemmen op de context en het niveau van de lerende. Tenslotte heeft ook het informeel leren op de werkplek een belangrijke rol in het aanbod; op die manier verwerft de lerende vaardigheden die passen bij de context van de werkplek (Johnson, et al., 2013). Ondanks dat dit leren dus niet op het instituut plaatsvindt sturen en begeleiden docenten van het instituut dit werkplekleren.

De rol van het instituut in dit scenario is groot; zij bepalen inhoud en manier van leren, begeleiden de deskundigheidsbevordering en verzorgen het onderwijs ook inhoudelijk. 

Bronnen

Adviesaanvraag aan onderdeelcommissie Radboudumc Health Academy (2015). RHA (intern document)

Biesta, G. J. (2013). Giving teaching back to education: Responding to the disappearance of the teacher. Phenomenology & Practice, 6(2), 35-49.

Bussemaker, Jet. 2014. Kamerbrief over digitalisering van het hoger onderwijs. Rijksoverheid. 8 januari. Geopend op… van.. http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/01/08/kamerbrief-over-digitalisering-van-het-hoger-onderwijs.htm



Jacobi, R., Jelgerhuis, H. & Woert, N. van der, (red). (2013). Trendrapport Open educational resources 2013. SIG OER. Utrecht

Johnson, L., Adams, S., Cummins, M., Estrada, V., Freeman, A., & Ludgate, H. (2013). The NMC horizon report: 2013 higher education edition.

Johnson, L., Adams, S., Becker, S., Estrada, V., and Freeman, A. (2015). NMC Horizon Report: 2015 Higher Education Edition. Austin, Texas: The New Media Consortium.

 Ministerie OCW. (2011). Hoofdlijnenakkoord OCW-HBO-raad. Den Haag: Ministerie OCW.

 Sharples, M., Adams, S., Ferguson, R., Gaved, M., McAndrew, P., Rienties, B., ... & Whitelock, D. (2014). Innovating Pedagogy 2014.

van Wetering, M., & Desain, C. (2014). Trendrapport 2014/2015, technologiekompas voor het onderwijs. 2e ed. Kennisnet, Leiden

 van Vliet, k. , Spieker, P.  & Kaljouw, M. (2013).  Innovatie zorgberoepen en opleidingen. Commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen, Diemen.


Helaas nog geen gebruik kunnen maken van de deskundigheid van mijn collega, vanwege tijdsdruk is het niet gelukt bij elkaar te komen. Ik ga Nicolai zeker nog benaderen voor quest 4!

Wat is nou mijn favoriete scenario? Ik denk toch scenario 3: 

De wereld komt naar de lerende op school


Voor de zorg is het enorm belangrijk om veel meer met alle stake holders in contact te komen en daarin optimaal van elkaar te leren en ook kennis te delen. Dat gebeurt nu nog heel weinig, en daar is een grote slag te slaan. Zeker als je kijkt naar ontwikkelingen als 'de patiënt centraal' en de participatiesamenleving waarin er meer van vrijwilligers en mantelzorgers verwacht wordt. Wij moeten leren deze belangrijke personen rond de patiënt beter in beeld te krijgen maar ook die zorg te faciliteren. Vandaar dat wij een MANTELZORGACADEMIE hebben opgezet: www.radboudumc.nl/mantelzorgacademie waar ik (toevallig) projectleider van ben!

Daarnaast; je kunt de ICT ontwikkelingen niet ontkennen, en ik denk echt niet dat al het onderwijs in 2030 in een fysieke school plaats gaat vinden. Het is echter wel zo dat de zorg traditioneel niet heel snel is als het gaat om het gebruik van ICT toepassingen in het leren. Er is een zekere mate van ICT ongeletterdheid die scenario 2 (waarin het netwerk ook centraal staat) niet erg waarschijnlijk maakt.

Daarom scenario 3: ik word daar persoonlijk wel blij van !

2 opmerkingen:

  1. Hoi Sharon,
    kun je mij kort iets mailen over je werkplek? Soort uitgebreid visitekaartje? Ik vind dat wel zinvol om jouw scenario's te kunnen plaatsen tegen je professionele achtergrond. Ik begrijp dat je niet binnen het reguliere onderwijs werkzaam bent?

    groetjes, Wyb

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Beste Wyb,

      Bedankt voor je vraag. je vindt meer informatie over de setting waarin ik werk op mijn blog dat ik op 1 februari postte. Heb je daarna nog vragen dan kun je me natuurlijk altijd mailen.

      Groetjes en succes !

      Sharon

      Verwijderen